Warmtepomp ABC begrippenlijst

 

Aanvoertemperatuur

  • Temperatuur van het verwarmingsmedium (meestal water) bij uittrede uit het warmteopwekkingssysteem.

Actieve koeling

  • Bij deze vorm van koeling wordt de werking van de warmtepomp omgedraaid. De bron(omgeving) wordt afgifte en de afgifte(omgeving) wordt bron.

Afgifte(systeem)

  • Het geheel van warmtegebruikers, waaronder ruimteverwarming en warmtapwaterverwarming.

Afvoerlucht

  • Binnenlucht die rechtstreeks naar buiten wordt afgevoerd.

Basisverwarming

  • Warmtegebruiker, bijvoorbeeld vloerverwarming, geschikt voor het compenseren van het warmteverlies van een vertrek door transmissie of het onderhouden van een constante vloertemperatuur.

Belastingduurkromme

  • Karakteristiek waarmee wordt weergegeven hoeveel uren, cumulatief per jaar, een bepaald vermogen nodig is.

Bijstook

  • Warmteopwekker die voor aanvullende verwarming zorgt als de warmtevraag groter is dan de warmte die de warmtepomp alleen kan leveren.

Bivalent warmtepompsysteem

  • Combinatie van warmtepomp(en) en één of meer andere warmteopwekkers, zoals gasgestookte of elektrische bijstook. De bijstook kan in het warmtepomptoestel zijn geïntegreerd of apart voorkomen.

Bivalent mono-energetisch

  • Systeem met twee of meer typen warmteopwekkers die gebruikmaken van dezelfde energiedrager, zoals gas of elektriciteit. Deze kunnen in één toestel zijn geïntegreerd, zoals een elektrische warmtepomp met eenelektrisch element.

Bedrijfswijze

  • Monovalent: warmtepomp levert 100% van het benodigde aansluitvermogen en 100% van de benodigde warmte zonder additionele verwarming;
  • Bivalent parallelbedrijf: warmtepomp levert altijd een bepaald basisvermogen, aangevuld door additioneleverwarming. De warmtepomp en additionele verwarming leveren samen het totale benodigde aansluitvermogen;
  • Bivalent alternatief bedrijf: de warmtepomp levert warmte tot een bepaalde minimum luchttemperatuur. Bij een lagere luchttemperatuur wordt de warmtepomp uitgeschakeld en wordt het volledige vermogen en de warmtevraag door additionele verwarming geleverd. Additionele verwarming moet dus 100% van benodigde aansluitvermogen kunnen leveren.

Bijstook

  • Additionele warmteopwekker(s) naast de warmtepomp  (vaak een elektrisch element)

BOA

  • Deze term wordt in de code gebruikt als afkorting voor Bron – Opwekking - Afgifte, refererend aan de drie hoofdonderdelen waaruit een warmtepompsysteem is opgebouwd.

Bodem-warmtepomp

  • Een bodem-waterwarmtepomp is een toestel dat warmte van lage temperatuur uit de bron naar een hogere (bruikbare) temperatuur brengt en dit overdraagt op water in het afgiftesysteem.

Bron

  • De bron levert de warmte op lage temperatuur die door de warmtepomp op hogere temperatuur wordt gebracht. Als bronnen onderscheiden we o.a. de bodem, grondwater en buitenlucht.

Brontemperatuur

  • De temperatuur van de bron waarop zij haar warmte beschikbaar stelt.

Bronvermogen

  • Het vermogen dat de bron kan leveren. Als meer bronvermogen gevraagd wordt dan beschikbaar, zal de brontemperatuur dalen en kan op de lange duur uitputting van de bron optreden. In plaats van bronvermogen wordt soms ook wel de term koelvermogen gebruikt.

Afgiftepomp

  • Pomp die vloeistof door de parallelle (schakel)buffer en het afgiftesysteem transporteert.

Combiwarmtepomp

  • Een combiwarmtepomp is warmtepomp die warmte levert voor zowel ruimteverwarming als warmtapwaterbereiding.

Condensorpomp

  • Pomp die vloeistof door de condensor en de parallelle (schakel)buffer transporteert.

Condensor/afgiftepomp

  • Pomp die vloeistof door zowel de condensor van de warmtepomp als door het afgiftesysteem transporteert. In deze situatie wordt geen (schakel)buffer toegepast.

 

COP (Coëfficiënt Of Performance)

 

  • Verhouding tussen het nuttig geleverde warmtepompvermogen en het daarvoor benodigde aandrijfvermogen onder bepaalde condities, inclusief hulpenergie voor het bedrijven van de warmtepompfunctie en exclusief het vermogen van de overige hulpapparatuur. Zie NEN-EN 14511 en NEN-EN 14825.
  • Fabrikanten vermelden de COP in hun specificaties. Bij lucht-waterwarmtepompen met buitenlucht als energiebron is dit veelal bij een buitentemperatuur van 7 °C en een aanvoertemperatuur van 35 °C (A7/W35).
  • Bij lucht-waterwarmtepompen met binnenlucht als energiebron worden vaak andere testcondities aangehouden. Bijvoorbeeld 20 °C en een aanvoertemperatuur van 35 °C (20/35),
  • Bij een bodem-warmtepomp veelal bij een bron temperatuur van 10 °C en een aanvoertemperatuur van 35 °C (10/35), soms ook gegeven bij een bron van 0 °C  of 5 °C .

Distributiesysteem

  • De verbinding tussen de warmtegebruikers en de warmteopwekkers. Het omvat de aanvoer- en retourleidingen tussen de warmtegebruikers en warmteopwekkers en legt de aansluitpunten vast.

Drukexpansievat

  • Expansievat dat niet in open verbinding staat met de atmosfeer, waarin een gaskussen, al dan niet gescheiden van het verwarmingswater, ten gevolge van de expansie van het verwarmingswater kan worden samengedrukt.

Expansievat

  • Reservoir voor het opnemen van het door temperatuurverhoging uitzettende volume van het verwarmingswater.

EER (Energy Efficiency Ratio)

  • De EER is de verhouding tussen het nuttig geleverde koelvermogen en het benodigde elektrische vermogen onder bepaalde condities, inclusief hulpenergie voor het bedrijven van de koelmachine en exclusief het vermogen van de overige hulpapparatuur. Evenals bij de COP geven fabrikanten in de specificaties een waarde voor de EER op. Ook deze waarde is gemeten onder bepaalde testcondities.

Energiebron

  • De bron waaruit de warmtepomp de warmte en/of koude betrekt.

Energiefractie

  • Geleverde aandeel in de totale warmte- of koudevraag door een warmte- of koudeopwekker. Ook wel bekend als dekkingsgraaad of Betafactor.

Hoge temperatuur verwarming

  • Warmwaterverwarmingsinstallatie waarbij de ontwerpaanvoertemperatuur hoger is dan 55°C.

Hoofdverwarming

Warmtegebruiker, bijvoorbeeld vloerverwarming, die de volledige warmtebehoefte in een vertrek dekt.


Hulpapparatuur

Apparatuur die noodzakelijk is om het toestel zijn functie te kunnen laten vervullen. Voor warmtepompen bijvoorbeeld ventilatorenergie bij een verdamper in de buitenlucht of pompenergie om water uit de warmtebron te transporteren. Pompenergie voor het transporteren van warmte of koude door het gebouw valt hier niet onder.


Hulpvermogen

Vermogen van hulpapparatuur die noodzakelijk is om de warmtepomp zijn functie te kunnen laten vervullen (pompvermogen warmtebron, ventilatorvermogen buitenluchtwarmtewisselaar etc.).

 

Geluidsdruk

  • De geluidsdruk Lp is de variatie van de druk in de lucht rond de gemiddelde luchtdruk. De geluidsdruk is
    afhankelijk van het geluidvermogen Lw, maar ook de afstand tot de bron, de demping door ruimten, etc.

Geluidsvermogen

  • Het geluidvermogen Lw is de maat voor de hoeveelheid geluid die een bron uitstraalt.

Hersteltijd / oplaadtijd

  • De tijd die nodig is om de inhoud van een boilervat van 10 °C op te warmen tot een bepaalde temperatuur
    (minimaal 55 °C).

Hybride warmtepompsysteem

  • Een systeem van opwekkers waarbij minimaal twee verschillende technieken en brandstoffen worden gebruikt, zoals aardgas en elektriciteit.

Jaarbelastingduurkromme

Zie belastingduurkromme.

Koelbehoefte

  • De hoeveelheid warmte die de koelinstallatie moet onttrekken ten behoeve van een koelvraag in het gebouw.

Koellijn / koelcurve

  • Verband tussen de buitentemperatuur en de te regelen wateraanvoertemperatuur voor koeling aan de afgiftezijde.

Koelvermogen

  • Andere term voor bronvermogen, die verwijst naar de overeenkomst van de warmtepomp met de koelmachine.

K-peil

  • Geeft de isolatieklasse weer in België  waar een huis binnen valt. De berekening ervan is vastgelegd in NBN 62-301. Hoe lager de waarde van het K-peil, hoe beter geïsoleerd de woning is.

Lage temperatuur verwarming

  • Warmwaterverwarmingsinstallatie waarbij de aanvoertemperatuur niet hoger is dan 55°C.

Lucht-waterwarmtepomp

  • Een lucht-waterwarmtepomp is een toestel dat warmte van lage temperatuur uit lucht naar een hogere (bruikbare) temperatuur brengt en dit overdraagt op water in het afgiftesysteem

Mechanische ventilatie

  • Ventilatie die met een of meer ventilator(en) tot stand wordt gebracht.

Minimaal warmtepompvermogen

  • Het vermogen waarnaar de warmtepomp maximaal kan worden teruggeregeld, voor dat deze uitschakelt.

Monovalent systeem

  • Enkelvoudige (warmte)opwekker (bv. warmtepomp) die in de (warmte)behoefte voorziet. Systeem met alleen warmtepomp(en) als warmteopwekker(s).

Mono-energetisch systeem

  • Warmteopwekkingssysteem waarbij de verschillende opwekkers op dezelfde wijze gevoed worden, bv. elektrische warmtepomp en elektrische bijstook. In de code wordt met de term mono-energetiscch systeem steeds deze combinatie van elektrische warmtepomp en elektrische bijstook bedoeld. Dus gebruikmakend van dezelfde energiedrager / energiesoort.

Natuurlijke koeling (pasieve koeling)

  • Bij deze vorm van koeling gebeurt de koeling enkel door het temperatuursverschil van de te koelen ruimte met de bron; de warmtepomp zelf wordt niet ingeschakeld. Het energiegebruik beperkt zich tot het verbruik van de circulatiepompen.

Natuurlijke ventilatie

  • Ventilatie via aangepaste voorzieningen in een uitwendige scheidingsconstructie die tot stand komt door invloed van wind en/of temperatuurverschillen tussen de lucht buiten en de lucht binnen.

Nominaal vermogen

  • Aan de centrale verwarming afgegeven vermogen van de opwekker, volgens opgave van de fabrikant/leverancier.

Nominale belasting

  • Belasting waarvoor een warmteopwekker volgens opgave van de fabrikant is bestemd.

Nuttige inhoud boilervat

  • Het aantal liters warm water dat aan het eind van de laadtijd met een minimale temperatuur getapt kan worden. Dit is circa 80% - 85% van de inhoud van het boilervat.

Naregeling

  • Regeling van een afgiftesysteem voor verwarming of koeling op basis van de ruimtetemperatuur.

Ontwerpwarmtepompvermogen

  • Het warmtepompvermogen onder ontwerpcondities van de warmtepomp

Opwarmtijd

  • Tijd benodigd om een ontwerpbinnentemperatuur na een periode van temperatuurverlaging op de gewenste waarde te brengen inclusief de vertragingstijd ten gevolge van de warmtecapaciteit van de installatie.

Opwarmtoeslag/opwarmvermogen

  • Vermogen waarmee de som van het transmissie- en ventilatiewarmteverlies moet worden vermeerderd om aan de gewenste opwarmtijd te voldoen.

Opwekking(ssysteem)

  • Het deel dat de schakel vormt tussen de bron en de afgifte en dat onder meer de warmtepomp en de bijstook bevat. Hier wordt de warmte opgewekt, of de koude bij een koelfunctie.

Opwekker

  • Toestel voor productie van warmte en/of koude.

Parallelschakeling

  • Verbinding tussen warmtegebruikers en warmteopwekkers, waarbij de warmtegebruikers (nagenoeg) dezelfde aanvoertemperatuur ontvangen en de warmteopwekkers (nagenoeg) dezelfde retourtemperatuur.

Pendelen

  • Het niet of onvoldoende uitdempen van de regeling na een regelactie. Hierdoor kan een toestel onnodig vaak aan- en uitspringen. Dit heeft meestal een negatief effect op de werking en levensduur.

PER (Primary Energy Ratio)

  • De PER geeft de verhouding tussen de geleverde nuttige energie en de hiervoor ingezette primaire energie voor opwekking van elektriciteit. Voor een warmtepomp geldt: 
  • PER = η · SPF
  • Het rendement η voor elektriciteitsopwekking is 0,4, conform de Europese richtlijn ErP. Afhankelijk van het doel kan een afwijkend rendement worden gehanteerd, zoals bijvoorbeeld in NEN 7120 of door het CBS. Om de PER van verschillende opwekkers onderling te kunnen vergelijken wordt voor brandstof de bovenste verbrandingswaarde aangehouden.

- PER*

  • Idem als PER, echter inclusief vermogen voor hulpapparatuur, herleid naar primaire energie. Ook wel aangeduid met de term PERsysteem.

- PER op jaarbasis

  • Verhouding tussen de nuttig geleverde warmte (inclusief motorwarmte bij GMWP) en de daarvoor benodigde aandrijfenergie, herleid naar primaire energie, exclusief hulpenergie, op jaarbasis.

Primaire energie

  • Energie, herleid naar de hoeveelheid fossiele brandstof die hiervoor nodig is.

Radiator

  • Warmtegebruiker waarbij warmte zowel convectief als door straling aan een ruimte wordt afgegeven.

Rendement

  • Verhouding tussen nuttig geleverde energie en toegevoerde energie.

Retourtemperatuur

  • Temperatuur van het verwarmingsmedium bij het intreden in de warmteopwekkermodule of warmteopwekker.

Serieschakeling

  • Hydraulisch in serie schakelen van de warmtegebruikermodules en warmteopwekkermodules of het hydraulisch in serie schakelen van warmtegebruikers of warmteopwekkers.

SPF (Seasonal Performance Factor)

  • De SPF is een gemiddeld rendementsgetal waarbij aangegeven wordt hoeveel energie (elektriciteit) de warmtepomp verbruikt ten opzichte van de geleverde hoeveelheid energie over een seizoen. Bij warmtepompen wordt onderscheid gemaakt in het verwarmingsseizoen en het koelseizoen. Voor het verwarmingsseizoen komt de SPF overeen met de SCOP (Seasonal COP) en voor koeling met de SEER (Seasonal EER). Deze worden bepaald uit metingen onder vier verschillende condities volgens NEN-EN 14825.

SCOP (Seasonal Coëfficiënt Of Performance)

  • Dit is de gemiddelde COP over het verwarmingsseizoen.

SEER (Energy Efficiency Ratio)

  • Dit is de gemiddelde EER over het koelseizoen.

Stooklijn

  • Verband tussen de buitentemperatuur en de te regelen wateraanvoertemperatuur voor verwarming aan de afgiftezijde.

Stookruimte

  • Ruimte bestemd voor het opstellen van een of meerdere stooktoestellen.

Toerenregeling

  • Voorziening voor het kunnen variëren van het aantal omwentelingen per tijdseenheid van een pomp of een ventilator, bijvoorbeeld om een drukverschil constant te houden.

Transmissiewarmteverlies

  • Algebraïsche som van warmtetransporten via de scheidingsconstructie van een vertrek.

Tapwaterpomp

  • Pomp die tapwater transporteert  (tussen boilervat en warmtepomp).

Ventilatie

  • Alle lucht die aan een woning of woongebouw wordt toegevoerd door middel van bewust aangebrachte regelbare mechanische of bouwkundige voorzieningen.

Ventilatiewarmteverlies

  • Warmteverlies ten gevolge van infiltratie en/of ventilatie.

Verwarming

  • Proces van actieve warmtetoevoer ten behoeve van temperatuurregeling.

Verdamperpomp

  • Pomp die vloeistof over de verdamper pompt, ook wel bronpomp genoemd.

Vermogensfractie

  • Verhouding tussen het vermogen van de warmtepomp(en) en het benodigd nominaal vermogen voor ruimteverwarming (volgens ISSO-publicatie 51). Hiermee kan de bijdrage van de warmtepomp (energiefractie) aan de totale warmtelevering worden vastgesteld.

Vermogen warmtepomp

  • Condensorvermogen van de warmtepomp.

Verwarmingsmedium

  • Het in een centrale verwarming toegepaste warmtetransportmedium (meestal water).

Verwarmingsvermogen

  • Per tijdseenheid aan het verwarmingsmedium afgegeven hoeveelheid energie.

Vloerverwarming

  • Stralingsverwarming waarbij de warmtegebruiker bestaat uit een verwarmde vloer van het vertrek.

Vollasturen en -vermogen

  • Deze term wordt gebruikt om de theoretische maximale capaciteit van een toestel weer te geven en is nodig om berekeningen te kunnen maken.  Theoretisch waren in het jaar 2000: 1650 vollast uren nodig voor een CV-ketel in Nederland om aan de verwarmingsbehoefte te kunnen voldoen. Stel een hr-ketel gebruikt 1800 m³ aardgas per jaar, dan is er netto 1800 m³ x (netto inhoud aardgas op boven waarde minus ketel rendement=) 8,8  = 15.840 kWh afgegeven. Het theoretisch vollastvermogen is dan 15.840 kWh : 1650 uur = 9,6 kW In deze woning kan dus een ketel van 9,6 kW worden gemonteerd. Een ketel van 19,2 kW in deze woning draait dus 828 uur om hetzelfde te leveren. Een aan/uit  warmtepomp van 9,6 kW draait hier 1650 uur per jaar Een modulerende warmtepomp, draait steeds met een ander vermogen. Het gemiddeld vermogen kan bijvoorbeeld 6 kW zijn geweest, dan is het aantal echte compressor draaiuren voor verwarming 2640. De uitkomst totaal afgegeven energie is bij elk gelijk, maar het daadwerkelijke aantal draaiuren anders.  Om de draaiuren met elkaar te kunnen vergelijken is de term ‘vollast draaiuren’ bedoeld.

Vollastrendement

  • Rendement van een warmteopwekker bij nominale belasting.

Voordruk

  • Minimaal vereiste inwendige (over)druk.

Vuldruk

  • Minimaal vereiste inwendige (over)druk in koude toestand.

Wandverwarming

  • Stralingsverwarming waarbij de warmtegebruiker bestaat uit een of meer wanden van het vertrek.

Warmteafgever

  • Zie warmtegebruiker.

Warmtebehoefte

  •  Bruto warmtebehoefte. De warmtebehoefte van een gebouw op jaarbasis, zonder rekening te houden met interne- en externe warmtewinsten (behorende bij het bruto verwarmingsvermogen)
  • Netto warmtebehoefte. Dit is de bruto warmtebehoefte, verminderd voor interne- en externe warmtewinsten (behorende bij het netto verwarmingsvermogen).

Warmtebron

  • Bron van warmte die door de warmtepomp op een bruikbaar temperatuurniveau gebracht wordt.

Warmtedistributiesysteem

  • Systeem waarmee de door één of meer warmteopwekkers geproduceerde warmte wordt getransporteerd naar één of meer warmtegebruikers (bijvoorbeeld een te verwarmen ruimte, tapwater, zwemwater, etc).

Warmtegebruiker

  • Warmtewisselaar waarmee de opgewekte en gedistribueerde warmte wordt afgestaan ten behoeve van verwarming of warm(tap)waterbereiding. Ook wel aangeduid met de term warmteafgever.

Warmteopwekker

  • Apparaat ten behoeve van opwekken van warmte, zoals een warmtepomp of ketel.

Warmteopwekkingssysteem

  • Het geheel van toestellen die voor de opwekking van warmte zorgen.

Warmteopwekkingsrendement

  • Fractie van aan een warmteopwekker toegevoerde hoeveelheid primaire energie die aan het verwarmingsmedium wordt afgegeven.

Warmtepomp

  • Warmteopwekker die warmte van een (onbruikbaar) laag temperatuurniveau op een (bruikbaar) hoger temperatuurniveau brengt.

Warmtepompaandeel

  • Het ontwerpwarmtepompvermogen, uitgedrukt als percentage van het maximaal netto verwarmingsvermogen.

Warmtepompboiler

  • Dit is een aparte warmtepomp die wordt ingezet voor de bereiding van warm tapwater, veelal met als bron ventilatielucht.

Warmtepompvermogen

  • Het door de warmtepomp geleverde verwarmingsvermogen.

Warmtepomptoestel

  • Het toestel dat te koop is, waarin in ieder geval de warmtepomp is opgenomen. Daarnaast kan het ook de geïntegreerde elektrische bijstook en/of het boilervat bevatten.

Warmtevraag

  • Benodigde hoeveelheid verwarmingsvermogen voor het op de ingestelde temperatuur houden van een verwarmde ruimte(n) door een centrale verwarming.

Zeer lage temperatuurverwarming (ZLTV)

  • Warmwaterverwarmingsinstallatie waarbij de aanvoertemperatuur niet hoger is dan 35°C.

Veel gestelde warmtepomp vragen / FAQ


1.    Kan een warmtepomp in elk huis worden toegepast?

Ja, dat kan, maar mogelijk zijn er eerst wijzigingen aan de woning nodig. De huidige generatie warmtepompen is voornamelijk gebouwd voor laagtemperatuur afgifte, niet elk huis kan daarmee meteen worden verwarmd. Als u een oudere woning heeft die slecht of zelfs niet geïsoleerd is, dan moet eerst de woning worden aangepakt. Als uw woning wel kierdicht is en goed geïsoleerd: dan is er geen probleem en kan u deze toepassen mits het afgifte systeem ook geschikt is, of wordt gemaakt, voor laagtemperatuurverwarming. Een andere optie is om voor Hybride te kiezen, hierbij laat u de ketel hangen voor de winter en laat u de warmtepomp voor- en naseizoen doen.

 

50 graden test warmtepomp toepassenZonder meteen te beslissen en om te schakelen kunt u wellicht toch al proberen of uw woning gunstig verwarmd zou kunnen worden met een warmtepomp. Zet uw cv-ketel thermostaat (aanvoer cv water) de komende weken op 50°C en kijk of uw woning toch voldoende warm wordt. Als dat zo is kunt u in de toekomst zonder al te veel verbouwen omschakelen naar bijvoorbeeld een lucht/water warmtepomp.  De meeste cv-ketels hebben een thermostaat of elektronische instelmogelijkheid om de aanvoertemperatuur voor verwarming te beperken tot bijvoorbeeld 50°C (Informeer bij uw installateur). Zo’n test is dus redelijk eenvoudig te doen en u weet meteen of u straks makkelijk zonder gas kunt.   Krijgt u uw woning niet op temperatuur met 50°C aanvoer, kijk dan welke ruimten in uw huis achterblijven. Op die plaatsen kan wellicht de radiator worden vervangen voor een LT- (laagtemperatuur) radiator of convector. Natuurlijk zijn er ook al warmtepompen (en komen er in de toekomst nog meer op de markt) die een hogere temperatuur van bijvoorbeeld 70°C kunnen leveren. Maar hoe groter het verschil tussen bron (bijvoorbeeld buitentemperatuur) en doel (afgifte-aanvoer-temperatuur) hoe minder gunstig het rendement van het toestel is. Doe daarom eens een keer de 50°C test en kijk hoe het met uw woning is gesteld.
Ook het aantal Watt per m² is de moeite waard om te bekijken.


2.    Ga ik met een warmtepomp energie besparen?

Ja, met een warmtepomp bespaart u energie, als deze goed gekozen en geïnstalleerd is, bespaart u ook op energie kosten.


3.    Kan ik met een warmtepomp ook tapwater verwarmen?

Ja, een warmtepomp verwarmd ook tapwater: alleen heeft u een voorraad nodig (boiler) om dit tapwater voor u gereed te zetten. Het vermogen van een warmtepomp wordt namelijk vooral gekozen op het verwarmingsvermogen.


4.    Is een warmtepomp duurder in aanschaf dan een cv-ketel?

Ja een warmtepomp is veel duurder in aanschaf dan een cv-ketel.  De verwachting is dat de prijs in de loop der tijd zal dalen maar toch altijd duurder zal zijn dan een HR- ketel.


5.    Welke type warmtepompen zijn er?

Er komen steeds meer verschillende varianten op de markt. Op dit moment is het type lucht/water het meest gekozen systeem. Deze haalt energie uit de buitenlucht, waardeert deze op, en verwarmd daarmee uw woning. Op onze site treft u ook de overige types aan.  
De hoofd indeling is: (bron/doel)
•    buitenlucht/water lucht
•    brine/water
•    water/water
•    ventilatielucht/water
•    lucht/lucht


6.    Wat is een hybride warmtepomp?

Een hybride warmtepomp (of warmtepomp systeem) kan 2 verschillende brandstoffen gebruiken voor de verwarming bijvoorbeeld gas (ketel) en elektriciteit (warmtepomp).


7.    Verdien je een warmtepomp terug?

Vaak wel, maar niet altijd. Vele factoren spelen hierbij een rol.  U treft op onze site wat voorbeelden hierover.


8.    Hoe werkt een warmtepomp?

Het makkelijkst is het om deze te vergelijken met een koelkast. Uit de koelkast wordt warmte onttrokken en deze wordt achter (buiten) de koelkast afgegeven. Een warmtepomp onttrekt warmte uit een bron om deze in uw woning af te geven.


9.    Is het verstandig om nu al een warmtepomp aan te schaffen?

Als het een nieuwbouwwoning betreft is het antwoord ja. Indien het een bestaande woning betreft hangt het van meerdere factoren af en is het antwoord soms ook nee (vraag uw installateur of lees meer op deze website). Als u de financiële middelen heeft om uw woning op te knappen en daarna een warmtepomp te plaatsen is dat natuurlijk wel fantastisch. Uw woning is dan meteen ook toekomstbestendig.


10.    Zijn er ook andere oplossingen als vervanger voor de gasgestookte cv-ketel?

Ja die zijn er, bijvoorbeeld in de vorm van een elektrische ketel, alleen met de huidige elektra prijs en het huidige elektranetwerk zijn deze (nog) niet rendabel en/of haalbaar. Wij zijn ook van mening dat de aardgas mogelijkheid in bestaande woningen nog minstens tot 2050 moet blijven bestaan. De kosten om nu over te schakelen zijn voor sommige woningen gewoon veel te hoog en voor veel mensen niet op te brengen (anno 2019). Een andere mogelijkheid die zich wellicht in de toekomst aandient is ‘Waterstof. Als waterstof door het aardgasleiding systeem kan worden aangeboden kunnen er ketels worden gemaakt of omgebouwd naar deze vorm. Dat zou al voor 2050 kunnen.

Go to top

logo warmtepomp tips© Warmtepomp-tips.nl, woensdag 19 februari 2020

Pagina: - Begrippenlijst en FAQ warmtepompen
Tags:warmtepomp, begrippen, lijst, betekenis, uitleg, kennis,
Beschrijving: Veel warmtepomp begrippen zijn soms niet helemaal duidelijk, wij hebben ze voor u op een rij gezet met een korte betekenis. Daarnaast treft u hier ook veel gestelde warmtepomp vragen.