Brine/water- en water/water-warmtepomp
Intro:
Een warmtepomp op bodemenergie is een duurzame en energiezuinige manier om een woning of gebouw te verwarmen en te koelen. Deze warmtepomp maakt gebruik van de nagenoeg constante temperatuur van de bodem om warmte te onttrekken of af te geven aan het gebouw.
Brine/water = gesloten broninstallatie'.
water/water = over het algemeen een 'open bron'.
Een warmtepomp op bodemenergie bestaat, bij een gesloten bron, uit een buizensysteem dat in de bodem wordt geplaatst. Dit systeem bestaat uit een netwerk van leidingen gevuld met een vloeistof die warmte kan opnemen en afgeven. De vloeistof wordt door middel van een pomp door de leidingen gepompt en neemt warmte op uit de bodem. Deze warmte wordt vervolgens gebruikt om het gebouw te verwarmen.
In de zomer kan het proces worden omgekeerd, waarbij de warmtepomp warmte uit het gebouw onttrekt en afgeeft aan de bodem. Hierdoor kan het gebouw worden gekoeld zonder dat er energieverslindende airconditioning nodig is.
Een warmtepomp op bodemenergie is een duurzame oplossing, omdat deze gebruikmaakt van een hernieuwbare energiebron: de warmte van de bodem. Bovendien is het energieverbruik van een warmtepomp op bodemenergie veel lager dan dat van traditionele verwarmingssystemen, waardoor het een milieuvriendelijke en kostenbesparende keuze is.
Hoewel de installatiekosten van een warmtepomp op bodemenergie hoger zijn dan die van traditionele verwarmingssystemen, kan de investering op de lange termijn worden terugverdiend door de lagere energiekosten. Bovendien zijn er verschillende subsidies en financiële regelingen beschikbaar om de aanschaf van een warmtepomp op bodemenergie te stimuleren.
Kortom, een warmtepomp op bodemenergie is een duurzame en energiezuinige oplossing voor het verwarmen en koelen van een woning of gebouw. Het maakt gebruik van een hernieuwbare energiebron en kan op de lange termijn kostenbesparend zijn.
Inhoud:
Op deze pagina uitgebreide informatie over de brine/water- en water/waterwarmtepomp, met o.a.:
- Wat is het verschil tussen een brine/water- en een water/water-warmtepomp?
- Opengewerkt warmtepompmodel met onderdeelbenoeming
- Energietransport van bron naar afgifte
- Het warmtepomprendement SPF, COP, SCOP
- Warmtepomp-energiebronnen
- Een gesloten bodemenergiesysteem
- Een openbodem-energiesysteem
- Typische warmtepomp binnenopstelling bodemenergie
- Passief koelen: het grote voordeel van een bodemenergie-warmtepomp
- Mag er overal een bron voor een warmtepomp worden geboord?
- Aandachtspunten bij gesloten bodembron
- Het SPF-besparingsrendement van de bodemenergiecentrale, voor vergunningaanvraag.
- Warmtepompbron met PVT-panelen
- Warmtepompbron met een energiedak of warmtewinmuren en gevels
- Oppervlaktewater, rivier of meer, als bron voor de warmtepomp
- Een ijsbuffer of ijszak als bron voor de warmtepomp
Wat is het verschil tussen brine/water en water/water?
Eigenlijk hebben we het, bij een brine/water-warmtepomp of water/water-warmtepomp, over hetzelfde model.
En is er geen verschil in product en componenten? Althans, bij de meeste fabrikanten van warmtepompen.
Het verschil zit 'm eigenlijk in het type bronvulling dat je gaat gebruiken. Vul je de bron met brine, dan is er sprake van een brine/water-warmtepomp. Brine is een koelvloeistof: een mengsel van antivries (glycol bijvoorbeeld) en water. Bedoeld om te voorkomen dat je bronwater verandert in ijs. Er zijn verschillende soorten antivriesvloeistoffen in de handel om met water te mengen. Propyleenglycol (MPG), ethyleenglycol (MEG), maar ook vormen zoals bijvoorbeeld bietensap worden in de praktijk gebruikt. Als bron voor een warmtepomp wordt propyleenglycol het meest gebruikt in ons land, maar ook ethyleenglycol komt voor.
Propyleenglycol:
(MPG) Kleurloze, viskeuze en reukloze vloeistof met een zoete smaak, die in alle verhoudingen mengbaar is met water. Het is door de World Health Organization geclassificeerd als niet-toxisch (niet-giftig) en wordt daarom gebruikt in installaties waar geen giftige stoffen zijn toegestaan, zoals in de farmaceutische, drank- en voedingsindustrie.
PROPYLEENGLYCOL (MPG) HEEFT BIJ DE MEESTE WARMTEPOMP-LEVERANCIERS DE VOORKEUR.
Ethyleenglycol:
(MEG) Dit wordt het meeste gebruikt in de automotive-industrie. De reden: ze werken efficiënter, dus een kleiner koelsysteem nodig (doorslaggevend belang in automotive). Het is een kleurloze, reukloze vloeistof met een zoete smaak, die in alle verhoudingen mengbaar is met water. Het wordt tevens als grondstof gebruikt voor polyestervezels, film en PET (plastic flessen).
Biologisch afbreekbaar:
Alle koelvloeistoffen en antivries, zowel op ethyleenglycolbasis (MEG) als propyleenglycolbasis (MPG), zijn geclassificeerd als readily biodegradable of anders gezegd volledig biologisch afbreekbaar of biodegradeerbaar.
Milieuvriendelijk:
Koelvloeistoffen en antivries op basis van propyleenglycol zijn niet milieuvriendelijker dan producten op ethyleenglycol. De term “milieuvriendelijk” zegt nl. niets over de biologische afbreekbaarheid.
Mens, milieu en afval/lozen:
“Oude” koelvloeistof moet worden ingezameld en deskundig worden verwerkt… Het is streng verboden om deze te dumpen of te lozen in het milieu. Het kan ingeleverd worden bij de milieustraat van uw gemeente.
En, een logisch vervolg... we spreken dus van een water/water-warmtepomp als zowel de bron- als afgiftezijde zijn gevuld met water zonder antivriestoevoeging.
De (brine)water/waterwarmtepomp:

Energietransport warmtepomp
Het principe van de warmtepomp is steeds gelijk, zo ook hier. Je hebt een bron nodig waar energie kan worden onttrokken, een koudemiddelcircuit dat voor het ‘transport’ zorgt van bron naar afgifte, en een afgiftesysteem waar de warmte wordt afgegeven.
Het koudemiddelcircuit bestaat uit een compressor die het gas samenperst, een condensor waar de warmte wordt afgegeven, een expansieventiel dat de druk weer laat vrijkomen en de verdamper waar energie wordt onttrokken. U leest daarover meer op de pagina ‘werking’.

Het principe van de warmtepomp is dus steeds gelijk: verdamper - compressor - condensor Hoe het koudemiddelcircuit er in het echt precies tot in detail uitziet, varieert per fabrikant of type warmtepomp. Je kunt bijvoorbeeld elektronische expansieventielen hebben en mechanische. Je kunt ook gebruikmaken van extra ‘tussenleidingetjes’ of leidingen die je tegen elkaar aanlegt voor extra warmteoverdracht. Het gaat te ver om op deze plaats al die details na te gaan.
Het rendement van een warmtepomp
Wat voor de consument belangrijk is, is de SPF, ofwel het rendement op jaarbasis gezien. De warmtepompfabrikant is verplicht deze cijfers bekend te maken samen met het verkregen energielabel. Hoe hoger het SPF-getal, hoe beter.
Het SPF kan ook worden uitgedrukt in %.
Voorbeeld: een warmtepomp kan voor het gemiddelde klimaat (daar valt Nederland onder) een rendement voor verwarming hebben van 200%. Dan is het SPF: 200 : 40 = 5 (SCOP) ofwel COP gemiddeld over een jaar gezien.
Het (COP)-rendement = Afgegeven energie : Toegevoegde energie
Bij onderstaand plaatje dus: 5 : 1 = 5!

Bronnen voor de (brine)water/waterwarmtepomp
Bodemenergie
Dit type warmtepomp is het meest bekend met als bron bodemenergie. De bron voor de warmtepomp is dan warmte uit de bodem rondom onze woning. Dit kan met een open of gesloten bron zijn.
Bodemenergie is de beste bron die je kunt hebben voor een warmtepomp!
Attentie: een warmtepompinstallatie met bodemenergie mag alleen door een erkend BRL-gecertificeerd bedrijf worden gemaakt. Zowel bron, energiecentrale (de warmtepompinstallatie) als afgiftesysteem valt daar dan onder.

Gesloten bron voor een warmtepomp
Bij een gesloten bodembron worden er gaten in de bodem geboord. In die gaten laat men kunststofbuizen zakken, soms wel tot 150 meter diep. De diepte en het aantal boringen hangen af van de grondsoort en de grootte van de warmtepomp die wordt geplaatst. Hoe groter, in vermogen, de warmtepomp is, des te meer bron is nodig. Doordat het 'bronwater' door de buizen wordt gepompt, kan het in de bodem energie opnemen van de aarde.

foto: het boren van een gesloten bron. Door via een reservoir waterdruk op het gat te houden tijdens het boren, voorkomt men dat het gat inwendig instort. Als het gat geboord is, laat men, middels een gewicht aan het uiteinde, de kunststof bronslang
in het gat zakken. Daarna wordt middels een vulling het gat om de buizen heen zorgvuldig dichtgestort. Op die manier kunnen de verschillende bodemlagen niet met elkaar in aanraking komen.
Open bron voor een warmtepomp
Bij een open bron wordt grondwater omhoog gepompt, daar wordt energie uit onttrokken, en vervolgens wordt het grondwater weer teruggebracht in de bodem. Zie afbeelding hierboven. Bij een open bron is dus een extra bronpomp nodig die meestal in de bodem wordt aangebracht. Het grondwater wordt bij voorkeur (soms een eis van de fabrikant) over een tussenwarmtewisselaar gepompt, en van die wisselaar naar de warmtepomp is weer een eigen circuit aangebracht. Men wil namelijk het grondwater niet door de verdamper van de warmtepomp hebben. Op deze manier blijft de warmtepomp verschoond van vervuiling.
Voor individuele woningen wordt bijna altijd gebruikgemaakt van een gesloten bron. Een gesloten bron vergt namelijk geen onderhoud, terwijl een open bron regelmatig moet worden gereinigd. Door het aanzuigen van water kunnen namelijk de 'gaatjes' in de haalbron verstopt raken. Om dit op te lossen, wordt vaak met een speciale pomp druk gezet op de haalbron, zodat van binnenuit de buis weer wordt schoongeperst. Gebruik voor een individuele woning bij voorkeur een gesloten bron. Helaas zijn ons gevallen bekend waar de openbroninstallatie later is omgeruild voor een gesloten bron. Vanwege problemen met onderhoud.
Het rendement van een open bron is wel beter dan bij een gesloten bron.
De temperatuur van een open bron is namelijk nagenoeg het hele seizoen gelijk. Bijvoorbeeld 10 ºC. De temperatuur van een gesloten bron kan gedurende het seizoen wijzigen. Aan het begin van de winter (15 ºC bijvoorbeeld) zal deze meestal hoger zijn dan aan het eind van het stookseizoen (3 ºC bijvoorbeeld). Door gebruik te maken van passieve koeling, warm je als het ware die bron in de zomer weer op en maak je hem klaar voor de winter.
Een gesloten bron kan naast een verticale bron (boring) ook een horizontale bron zijn. Bij een horizontale bron liggen de kunststof leidingen ongeveer 1 meter onder de grond. Een horizontale bron zakt meestal eerder in temperatuur, gedurende de winter (bij gelijke meters leiding), dan een verticale bron. Daarnaast is ook het 'koelvermogen' van een horizontale bron geringer dan bij een verticale bron.
Typische warmtepompopstelling:

Bovenstaand plaatje geeft een typische warmtepompopstelling weer. Een indirect gestookte boiler (geschikt voor een warmtepomp), de warmtepomp zelf en een parallelbuffer. Een ideale combinatie.
Je kunt namelijk alles precies zo groot kiezen als nodig.
- De warmtepomp wordt afgestemd op de warmteverliesberekening van de woning (in kW-capaciteit opstelling)
- De boiler wordt afgestemd op het aantal personen en het bijbehorende tapwaterverbruik in de woning.
- De buffer wordt afgestemd op het afgiftesysteem / na-regeling.
Het grote voordeel van bodemenergie is 'gratis' passief koelen.
Het grote voordeel van een bron in de bodem is dat je min of meer 'gratis' kan koelen. De bron in de bodem is immers kouder dan de temperatuur waarmee u wil gaan koelen door het vloerverwarmingssysteem.
Je kunt dus eenvoudig het water uit de bodembron over een platenwisselaar pompen en aan de andere kant van de platenwisselaar je afgiftesysteem (water in de vloer) rondpompen.

We spreken van passief koelen als er geen compressorkracht nodig is om te koelen. Als we koelen met behulp van de compressor, dan noemen we het actief koelen. Bovenstaand een voorbeeld met een koelwisselaar buiten het toestel.
Er zijn ook warmtepompen met ingebouwde passieve koeling; onderstaand een voorbeeld daarvan.

Passief de woning koelen, zonder compressor!
- De bronpomp (B) pompt koud water door de wisselaar (KW) en de bodem
- Mengklep (MK) zorgt op basis van de aanvoertemperatuur (18°C) dat precies genoeg koud bronwater over wisselaar KW gaat. Het niet benodigde bronwater (te veel koude) wordt over de verdamper teruggestuurd naar de bodem De verdamper heeft op dat moment geen functie / compressor is uit.
- Circulatiepomp (A) pompt het afgiftewater over de wisselaar KW (en de condensor). De condensor heeft op dat moment geen functie / compressor is uit.
- In wisselaar KW loopt aan de ene kant koud water uit de bodem, en aan de andere kant het afgiftesysteem dat warmer is (we zijn in koelfunctie / zomer). Door het temperatuurverschil in de wisselaar van bron en afgifte zal het afgiftesysteem afkoelen.
Bovenstaand plaatje laat een 'combi-warmtepomp' zien. We spreken van een combitoestel als de warmwatervoorziening onder dezelfde mantel is opgenomen. In het plaatje zie je dus boven de compressorbox een boiler.
De regelklep, in beide bovenstaande voorbeelden in de bron getekend, is in dit principe meteen ook de 'winterklep'.
Als er namelijk niet gekoeld wordt, is er ook geen flow over de koelwisselaar. Bij een glycolgevulde bron zou theoretisch het bronwater in de winter onder de 0 ºC kunnen komen. Om te voorkomen dat er ijsvorming in de koelwisselaar komt, of in het stilstaande cv-water aan de andere zijde van de wisselaar, gaat de 'koude flow' er in de winter dus niet door.

foto: Voorbeeld van een opstelling in de kelder van een woning.
Modulerende warmtepomp met ingebouwde passieve koeling, 500 liter tapwaterboiler geschikt voor de warmtepomp, en een buffervat dat door het moduleren van de compressor vrij klein mag zijn.
Er mag niet altijd een bodemwarmtewisselaar worden geboord voor een warmtepomp
Dat er niet geboord mag worden, kan verschillende redenen hebben. U woont bijvoorbeeld in een waterwingebied, of er zijn al zoveel bronnen gemaakt in uw omgeving dat het niet meer is toegestaan in verband met het elkaar beïnvloeden van de bronnen (interferentiegebied).

De overheid beheert een kaart waarop te zien is of er bij u geboord mag worden.
U kunt hier zien of uw gebied speciale eisen heeft: https://wkotool.nl/
Kleine gesloten energiesystemen (< 70 kW) voor individuele woningen vallen niet onder een vergunningsplicht. Ze dienen echter wel te worden geregistreerd bij de overheid. Dit loopt via de gemeente of het omgevingsloket dat dit voor de gemeente verzorgt.
En het kan dus zijn dat u niet mag boren. Overigens zal in de praktijk de ‘bronboorder’ deze aanvraag voor u indienen, dit temeer omdat sinds 2015 zijn BRL-certificeringscode voor deze aanvraag nodig is.
Aandachtspunten bij gesloten bodemenergiesysteem:
- Voorkom onderdimensionering van de warmtebron: zorg er absoluut voor dat de warmtebron voldoende vermogen heeft. De warmtebron kan niet snel overgedimensioneerd worden: een grotere capaciteit is bijna altijd gunstig. Een te kleine capaciteit ondermijnt echter de energie-efficiëntie van het systeem en kan voor comfortproblemen zorgen.
- Zorg voor een goede dimensionering van de bronpompen. Onnodig grote bronpompen (of ventilatoren in geval van lucht als warmtebron) kunnen de energie-efficiëntie van het totale systeem sterk nadelig beïnvloeden.
- De dimensionering en aanleg dienen door een deskundige en ervaren bronleverancier te gebeuren.
- Zorg ervoor dat de bron beschikt over zowel voldoende piekonttrekkingsvermogen als voldoende gemiddeld onttrekkingsvermogen. Dit laatste houdt in dat de bron de jaarlijks gevraagde warmte kan leveren, zonder dat de gemiddelde brintemperatuur in de loop van de jaren alsmaar verder gaat dalen (met een groot risico van bevriezing en een slechte energieprestatie tot gevolg), zie de figuur.

- Beperk de totale drukval over de warmtewisselaar door de leidingdiameter aan te passen aan het debiet, en/of door een extra boorgat in overweging te nemen. Om de maximale drukval en het aantal boorgaten te beperken, is het voorts van
belang om elk boorgat evenveel te benutten. Bij een verticale bron die uit meerdere collectoren wordt opgebouwd, is dus een gelijke verdeling van de belasting over deze verschillende collectoren een belangrijk aandachtspunt. Men kan hiervoor bv. gebruikmaken van de Tichelman-aansluiting. - Een correcte wijze van terug aanvullen van de anulaire ruimte naast de sondes is in belangrijke mate medebepalend voor het vermogen van de bron. Het terugaanvullen gebeurt best met grind als het een waterrijke bodem betreft, of anders door middel van cementering. Doorboorde kleilagen moeten terug afgedicht worden met een mengsel van bentoniet (kleikorrels) om te vermijden dat via het boorgat verschillende waterlagen met elkaar in contact komen.
- Betreffende de samenstelling van het koelmiddel kan gekozen worden uit meerdere alternatieven die sterk van elkaar verschillen in milieuschadelijkheid en kostprijs. Momenteel zijn 3 producten gebruikelijk: ethyleenglycol, propyleenglycol en bietenderivaat (bietensap).
Bodeme energie / het rendement m.b.t. de bron – SPF BES / Scop
Een van de vragen die door de gemeente wordt gesteld, is de te verwachten SPF-BES: dit is de SPF van het bodemenergiesysteem voor de levering van warmte en koude, het rendement van het bodemenergiesysteem zoals bedoeld in de AMvB Bodemenergie.
SPF-begrippen: (ISSO 39 open bron / ISSO 72 gesloten bron):
SPF = Seasonal Performance Factor
SPFBES = SPF van het bodemenergiesysteem voor de levering van warmte en koude, het rendement
van het bodemenergiesysteem zoals bedoeld in de AMvB Bodemenergie.
SPFK = SPF van het bodemenergiesysteem voor de levering van koude
SPFW = SPF van het bodemenergiesysteem voor de levering van warmte
De SPFBES van het bodemenergiesysteem wordt berekend door de geleverde hoeveelheid warmte en koude te delen door het energiegebruik van het systeem. In formulevorm ziet de SPFBES er als volgt uit:

QW,BES = de door het bodemenergiesysteem aan het gebouw geleverde warmte, in MWh
QK,BES = de door het bodemenergiesysteem aan het gebouw geleverde koude, in MWh
EBES = de door het bodemenergiesysteem verbruikte elektriciteit, in MWh
GBES = het elektrisch equivalent van het door het bodemenergiesysteem verbruikte aardgas, in MWh
Eventuele andere vormen van aandrijfenergie, zoals restwarmte, dienen te worden omgerekend naar MWh-equivalent elektriciteit.
Het energiegebruik van alle componenten die onderdeel zijn van het bodemenergiesysteem, dient mee te worden genomen in de bepaling van de SPFBES. Onder het bodemenergiesysteem vallen alle hoofdcomponenten van de energiecentrale (warmtepomp) en de ondergrondse installatie (inclusief pompen en regeltechniek), met uitzondering van hoofdcomponenten die geen energie uit kunnen wisselen met de bodem.
In de ontwerpfase dient de SPFBES te worden berekend op basis van ontwerpuitgangspunten.
Tijdens de exploitatie van het bodemenergiesysteem dient de SPFBES te worden berekend en geregistreerd op basis van gemeten waarden. Bij systemen met individuele warmtepompen in woningen mogen metingen worden vervangen door forfaitaire waarden. (Deze vallen buiten de meetplicht).
Gebruikers van gesloten systemen boven de 70 kW en open systemen boven 10 m³ moeten jaarlijks gegevens over de retourtemperatuur en de hoeveelheid benutte warmte en koude opsturen naar het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag kan dus het gebruik van het systeem op afstand ‘in de gaten houden'. Bij te hoge retourtemperaturen is het raadzaam direct te reageren. Wat de energiebalans betreft, hebben gebruikers in principe 5 jaar de tijd om aan de balanseisen te voldoen. Als na 2 of 3 jaar een grote onbalans (warmteoverschot) wordt geconstateerd, zou het bevoegd gezag een signaal af kunnen geven richting gebruiker, maar handhavend optreden kan pas na 5 jaar. Bij bodemenergiesystemen in afzonderlijke woningen hoeven de retourtemperatuur en de hoeveelheid warmte en koude niet te worden gemeten, zoals eerder gesteld.
De water/water- en brine/waterwarmtepomp is geschikt voor vele bronnen.
Hoewel het toestel ontworpen is voor gebruik van bodemenergie, zijn er inmiddels vele bronnen bedacht en in werking voor dit type warmtepomp. Temeer natuurlijk, omdat er niet overal mag worden geboord.
PVT-panelen als bron voor de warmtepomp;
Op het dak liggen PV-panelen (die stroom opwekken bij daglicht) met meteen daaronder thermische panelen. De thermische panelen dienen als bron voor de brine/water-warmtepomp. Het jaar SPF is te vergelijken met dat van lucht/waterwarmtepompen. Immers, de buitenlucht is hier de bron waaruit de panelen energie halen. Passief koelen is helaas alleen in voor- en najaar in de nacht mogelijk (eigenlijk als de buitentemperatuur lager is dan 17 ºC). De panelen zijn gevuld met een glycol/water-mengsel. Als het buiten kouder is dan 3 ºC, kan het bronwater kouder zijn dan 0 ºC.
Een energiedak als bron voor de warmtepomp:
Dit is te vergelijken met de PVT-panelen, alleen ontbreekt hierbij dan de PV. Een buizenstelsel kan onder de bitumen dakbedekking worden aangebracht als bron voor de warmtepomp. Maar er zijn ook al kunststof collectoren voor op het dak te monteren die als bron kunnen fungeren.
Warmtewinmuren, warmtegevels, warmtepompgevel; er zijn al meerdere namen voor verzonnen. Het werkt eigenlijk net zoals het energiedak. Maar in plaats van in het dak zitten er dan slangen in de gevels van het gebouw. Uit de buitenlucht wordt via deze slangen in de gevels energie onttrokken. Passieve koeling is nagenoeg niet mogelijk. Alleen als het buiten kouder is (en dan is er dus weinig koelvraag), zou je passief kunnen koelen met deze bron.
Een gesloten collector in oppervlaktewater;
In een rivier of plas, bij voorkeur met goede waterstroming, wordt een gesloten buizenstelsel aangebracht. Dit kunnen meters leiding op de bodem zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook een collector zijn in de vorm van een bol. Door het buizenstelsel loopt een water-glycolmengsel dat door de verdamper van de warmtepomp wordt geleid. Uit het oppervlaktewater wordt dus energie onttrokken. Passief koelen is mogelijk zolang het oppervlaktewater om de leidingen heen kouder is dan 17 ºC.
Bij voorkeur dus de leidingen wat dieper in het oppervlaktewater monteren.
Een ijsbuffer:
In de bodem wordt een grote betonnen bak aangebracht waarin water zit. In die betonnen bak met water lopen leidingen met een water/glycolvulling. Het water/glycol wordt door de leidingen rondgepompt en in de verdamper van de warmtepomp wordt hieruit energie onttrokken. In de winter kan daarom het water in de betonnen bak bevriezen. Het proces om van water ijs te maken kost veel energie. Om die reden kun je best lang energie onttrekken uit deze bron. De bron kan worden geregenereerd (ontdooien of warm maken van het water in de bak) met regenwater of met thermische collectoren. Passief koelen is zeer beperkt mogelijk. De bron zal vrij snel worden opgewarmd door de woning.
Een ijszak:
Min of meer vergelijkbaar met de ijsbuffer, maar in plaats van een betonnen bak met water is er nu een zak met water, bijvoorbeeld in de kruipruimte onder de woning. In die zak loopt weer een slangenstelsel van water/glycol. Omdat de zak meestal kleiner is dan een betonnen bak als bij de ijsbuffer, kan minder energie worden onttrokken. Deze is dus bedoeld voor de kleinere woningen.
Hekwerken:
Er zijn ook al vrijstaande woningen gerealiseerd met een hekwerk van holle buizen rondom de woning. De hekwerken zijn 1 meter diep ingegraven in de grond, enerzijds voor de stevigheid, anderzijds ook om daar nog wat energie te kunnen onttrekken. Door het hekwerk stroomt een water/glycolmengsel dat door de verdamper van de warmtepomp wordt gevoerd, waar energie uit wordt onttrokken. Passieve koeling is nagenoeg niet mogelijk met dit systeem.
© WARMTEPOMP-
TIPS.NL

♦ maandag 20 juli 2026


