Ventilatie is noodzakelijk voor een gezond binnenklimaat.

 

Ventileer dus altijd ! Het voorkomt gezondheidsklachten en vochtproblemen in de woning.

Een mens produceert per uur: 30 a 40 gram vocht en ademt daarnaast 10 tot 80 liter CO2 uit.
Belangrijker dan deze getallen is echter wat voor effect vocht en CO2 hebben op de omgeving. Beide zijn ze slecht voor de gezondheid. Vocht indirect, dit kan schimmelvorming veroorzaken en is daardoor slecht voor de luchtwegen. Van CO2 is bekend dat het zorgt voor concentratieproblemen en vermoeidheid. In verse lucht van buiten zit minder CO2 dan in de lucht in huis. De buitenlucht bevat ongeveer 400-430 ppm CO2 (parts per million). Binnen kan het CO2-gehalte snel oplopen als er bijvoorbeeld meer mensen aanwezig zijn. Bij 800-1200 ppm is meer ventilatie wenselijk. Bij een CO2-gehalte van 1200 ppm is meer ventileren noodzakelijk.  Zeker ook als we denken aan COVID-19 speelt goede ventilatie een grote rol om gezond te blijven.

 

Voor een gezond klimaat is een ventilatie van 7 liter/sec per persoon nodig.
 (7 l x 3600 sec = 25.200 liter /uur - of wel 25 m³/u)

 

Voor ventilatie bestaan verschillende systemen. De vier basisprincipes worden in de vakwereld aangeduid met de letters A, B, C en D.

Ventilatie systemen

  • Systeem A; Natuurlijke toevoer via roosters en/of klapramen in kamers en natuurlijke afvoer via kanalen uit toiletruimte, douche/badruimte en keuken.
  • Systeem B: Mechanische toevoer naar kamers en natuurlijke afvoer via kanalen uit toiletruimte, douche/badruimte en keuken.
  • Systeem C; Natuurlijke toevoer via roosters en/of klapramen in kamers en mechanische afvoer via kanalen uit toiletruimte, douche/badruimte en keuken
  • Systeem D: Mechanische toevoer naar kamers en mechanische afvoer uit kamers en/of mechanische afvoer via kanalen uit toiletruimte, douche/badruimte en keuken. Bij dit systeem wordt in Nederland vrijwel altijd warmteterugwinning uit afvoerlucht toegepast. (D Variant) Deze noemen we Balansventilatie.
  • Systeem E:  is een hybridesysteem op basis van een warmteterugwinunit (wtw). Meestal voor de woonkamer en een mechanisch afzuigsysteem voor de rest van de woning. Door de warmteterugwinunit in de woonkamer wordt daar lucht met een comfortabele temperatuur toegevoerd en werkt het energiebesparend.

Thans vinden we in moderne energiezuinige woningen C, D en E systemen.


Bouwregels zijn geen garantie

Het Bouwbesluit noemt slechts minimale eisen. Deze garanderen nog geen gezonde woning. Ook als het ventilatiesysteem netjes aan de bouwregels voldoet, kan het vooral in de slaapkamers soms benauwd zijn. Wie zeker wil zijn dat het systeem goed werkt, kiest voor meer afvoerpunten. Niet alleen in keuken, toilet, badkamer, maar ook in de woon- en slaapkamers en bij de opstelruimte voor wasmachine en droger. ISSO-publicatie 92 noemt aanvullende kwaliteitseisen en werkt die uit in het ventilatieontwerp.

Om een (ventilatie)balansberekening te maken is het noodzakelijk om de belangrijkste regels uit het Bouwbesluit te kennen. Zoals het onderscheid tussen een verblijfsgebied en een verblijfsruimte, maar ook om enkele basiseisen voor de toe- en afvoercapaciteit te kennen.

 

BOUWBESLUIT VENTILATIE EIS WONING

 

Verblijfsgebied.

Een verblijfsgebied (afgekort VG) is in Nederland volgens het bouwbesluit de bouwkundige term voor een deel van een gebouw, waar ten minste één verblijfsruimte deel van uitmaakt. Een verblijfsgebied kan ook uit één of meer ruimtes bestaan die zich op dezelfde bouwlaag bevinden en anders zijn dan een verkeersruimte, badruimte/sanitaire ruimte, toiletruimte en technische ruimte. Deze ruimtes vormen binnen een verblijfsgebied een groep. Volgens het Nederlandse Bouwbesluit moet minimaal 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie een verblijfsgebied zijn.

 

Verblijfsruimte.

Een verblijfsruimte is een ruimte in een gebouw waarin de mensen verblijven of waarin activiteiten plaatsvinden volgens de gebruiksfunctie. Een verblijfsruimte maakt altijd deel uit van een verblijfsgebied. Een verblijfsruimte heeft een woonfunctie, denk aan  de woonkamer, keuken en slaapkamers. Ruimtes die daar niet onder vallen zijn bijvoorbeeld de badkamer, technische ruimtes en het toilet.

 

Eisen luchttoevoer

Volgens het Bouwbesluit moet de toevoer van ventilatielucht in een verblijfsruimte en verblijfsgebied minimaal voor 50% van buiten afkomstig zijn. De toevoer vanuit de balansventilatie-unit wordt daar ook toe gerekend. De verse lucht mag maximaal 2 x overstromen van de ene (onbenoemde) ruimte naar de andere (onbenoemde) ruimte. En binnen één verblijfsgebied mag alle lucht overstromen naar een volgende verblijfsruimte binnen datzelfde verblijfsgebied.  (Een (onbenoemde) ruimte kan een verkeersruimte zijn, een bergingsruimte, enz. 

 

Het is belangrijk om het onderscheid tussen verblijfsruimten en -gebieden te kennen omdat er andere eisen aan de luchttoevoer worden gesteld. De eisen zijn:

  • Verblijfsruimte per m² : 3.24 m³/h = 0,9 dm3/s
  • Verblijfsgebied per m²:  2.5 m³/h = 0,7 dm3/s
  • Het handigste is om bij de berekening uit te gaan van de eisen voor de verblijfsruimte. Dat scheelt veel rekenen en in de praktijk is de uitkomst nagenoeg hetzelfde.

Eisen luchtafvoer

Aan een aantal ruimten in huis worden specifieke eisen ten aanzien van de lucht-afvoer gesteld. Om een goede berekening te maken, is het noodzakelijk om deze te kennen. De minimale eisen die aan de afvoer gesteld worden zijn:

  • Verblijfsruimte:  25 m³/h
  • Toilet:  25m³/h (direct afvoeren)
  • Badkamer: 50 m³/h  (direct afvoeren)
  • Keuken: 75 m³/h
  • Technische ruimten: 25 m³/h tot 2,5 m², bij grotere oppervlakken 50 m³/h (dit is een advies)
  • Vaak krijgt de afzuigkap in de keuken een eigen afvoer, dan moet er voor deze ook rekening gehouden worden met luchttoevoer (rooster in keukenraam bijvoorbeeld).

Voorbeeld ventilatie berekening:

Ventilatie verblijfsgebied en verblijfsruimte

We beginnen met de toevoerlucht:

Begane grond

  • VG1/VR1:  Woonkamer: 34 m2 x 3,24 m3/h = 110 m3/h (afgerond)
  • VG1/VR2:  Open-keuken: 10 m2 x 3,24 m3/h = 32 m3/h (afgerond)

1e Verdieping

  • VG2/VR3 slaapkamer 1; 18 m2 x 3,24 m3/h  = 58  m³/h  (afgerond)
  • VG2/VR4 slaapkamer 2;  8,5 m2 x 3,24 m3/h  =  27,5 m³/h
  • VG2/VR5 slaapkamer 3;  9,5 m2 x 3,24 m3/h  =  31 m³/h

Zolder

  • Geen Verblijfsruimte

De toevoerlucht, in eerste instantie:

De ventilatie-toevoer voor de gehele woning bedraagt: 110 + 32 + 58 + 27,5 + 31 = 258,5 m³/h

De afvoerlucht, in eerste instantie:

  • Per verblijfsruimte:  25 m³/h
  • Toilet:  25m³/h
  • Badkamer: 50 m³/h
  • Keuken: 75 m³/h
  • Technische ruimte: 25 m³h

Afvoer afgerond  keuken 75 , kamer 25, 3 slaapkamer 75, badkamer 50, toilet 25, technische ruimte 25 = 275 m³/h

Volgens bouwbesluit, we moeten het uiteraard ook nog in balans brengen (net zoveel toevoer als afvoer).

 

Luchtstroomdiagram

Omdat er (maximaal 2x) overstroming  mag zijn maken we een luchtstroomdiagram voor deze woning. Overstroom gaat onder de deur van het vertrek (of door een opening in de deur) naar buiten. Dicht de opening onder de deur dus nooit af.

onder de deur door Het diagram helpt ons ook om te kijken of overstroom wel kan.  Als we kijken naar de 1e verdieping dan hebben daar 3 slaapkamers toevoerlucht nodig. De lucht zal logischer wijs niet overstromen van de ene naar de andere slaapkamer, omdat we immers geen afzuiging hebben in de andere slaapkamer. In de technische ruimte op zolder zuigen we 25 m³/h af, er  kan dus vanaf de 1e verdieping lucht naar zolder stromen, te weten 25m²/h.  Door de luchtstromen te tekenen in een stroomdiagram wordt het plaatje helder.

Over stroomdiagram ventilatielucht woning

 

Toe- en afvoerlucht definitief (2e instantie)

We kijken nu naar het plaatje en kunnen de optelsom opnieuw maken:

Toevoerlucht = 58 + 27,5 + 31 +125,5 = 242 m³/h
Afvoerlucht = 25 +50 + 25 + 142 = 242 m³/h

Om te voldoen aan het bouwbesluit volgt uit ons ventilatielucht overstroomdiagram dat de capaciteit van de ventilator minimaal 242 m³/h moet zijn.    Het liefst kiezen we een wat grotere om wat extra capaciteit te hebben. Bijvoorbeeld een van 300 m³/h.

Ook de weerstand van de kanalen (in kPa) is van belang voor de keuze, die weerstand moet de ventilator immers kunnen overbruggen. Bij een WTW systeem (D) hebben we zowel toevoer als afvoerkanalen (en 2 ventilatoren), bij mechanische ventilatie (C) alleen afvoerkanalen. Bij deze laatste dient er luchttoevoer door roosters in de gevel te zijn van het genoemde aantal m³/h.

Luchtroosters afvoer/aanvoer.

Een afvoerventiel/aanzuigventiel wordt toegepast voor het afvoeren van lucht naar de mechanische ventilator of warmte terugwinsysteem (wtw). Deze ventielen bevinden zich voornamelijk in natte ruimtes, bijvoorbeeld in het toilet, de badkamer, berging, wasruimte of keuken. Het kan ook wel eens voorkomen dat er ook een afvoerventiel in een leefruimte wordt geplaatst.

Een toevoerventiel/uitblaasventiel wordt toegepast voor het toevoeren van lucht vaak vanuit een warmte terugwinsysteem (wtw). De toevoerventielen worden dan ook geplaatst in leefruimtes zoals de slaapkamer, speelkamer, woonkamer, eetkamer en kantoor.

Over het algemeen worden deze getallen aangehouden:

  • Maximale m³/h voor een toevoerventiel is 50m³/h
  • Maximale m³/h voor een afvoerventiel is 75m³/h

De afstand tussen een toevoer- en afvoerventiel is minimaal 2 meter om 'kortsluiting' te voorkomen.
De afstand tussen twee toevoerventielen is nomaliter 1 meter
De afstand tussen twee afvoerventielen is normaliter 2 meter

Afstand tussen ventilatieventielen en wand of plafond
Bij plaatsing van het ventiel op de wand of plafond dient deze idealiter rondom 40cm vrij te zijn.
Bij een plafond hoogte van bijvoorbeeld 2,6 meter zal het ventiel op een hoogte van 2,2 meter geplaatst kunnen worden.

 

We kunnen nu de aan- en afvoerpunten in de woning bepalen en aan de hand van bovenstaande gegevens intekenen:

indeling ventilatie punten in een woning

 

De luchttechnicus regelt de ventielen (aan- en afvoerroosters) in op de m³/h volgens bouwbesluit. Conform bovenstaand plan.

 

De eis van het bouwbesluit is wat een systeem moet kunnen doen. Niet wat het constant moet doen.

In een woning van 4 personen is bijvoorbeeld (4 x 25 m³/h) een goede constante afzuiging.

In geval van een 3-standen regeling zouden we het systeem zo in kunnen regelen:

Stand 1 = 100 m³/h 
Stand 2 = 242 m³/h (uitkomst bouwbesluit voor deze woning)
Stand 3 = 300 m³/h , de partystand voor net na het douchen of tijdens een verjaardag.

 

Verder ter info:

Met kleppen in de installatie kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat overdag voornamelijk beneden in de woonkamer wordt geventileerd en in de nacht boven op de slaapkamers.  Met CO2 censoren zou je zelfs per ruimte kunnen sturen.

Er zijn dus veel mogelijkheden m.b.t. de installatie.

In de keuken komt vaak ook nog een wasemkap, idealiter heeft deze (tijdelijke afzuiging tijdens koken) een eigen afvoer naar buiten. Als de wasemkap wordt aangezet dient er natuurlijk wel extra mogelijkheid voor luchttoevoer te zijn. Dit zou een ventilatieroosten in het keukenraam kunnen zijn.

 


Balansventilatie of toch natuurlijk ventileren?

Per nieuwbouw- of renovatieproject zal in de ontwerpfase een afgewogen keuze gemaakt worden voor het meest geschikte type ventilatiesysteem. Het is niet zo dat per definitie één type systeem het beste is. Verschillende systemen hebben verschillende kenmerken, maar in de meeste gevallen kan met ieder type systeem (mits juist ontworpen en uitgevoerd) voldaan worden aan de gestelde prestatie-eisen. Dit geldt in mindere mate voor renovatieprojecten, omdat in de bestaande situatie bijvoorbeeld onvoldoende ruimte is om bepaalde installaties te kunnen plaatsen


Gezonde ventilatie in de ruimte waar personen aanwezig zijn bedraagt 7 liter/sec per persoon  wat gelijk is aan circa 25 m³/uur per persoon.  Op de avond kan dat dus de woonkamer zijn en in de nacht de slaapkamer.   

 

Ventilatie badkamer advies:

De eis voor een badkamer is dus 50 m³/h maar is dat ook genoeg na een ‘natte douche’ ?
In de badkamer is het belangrijk om condens en schimmels te voorkomen.

Ventilatievoud.

Een goede vuistregel voor voldoende ventilatiecapaciteit voor de ventilatie hier is een ventilatievoud van vier.

Een ventilatievoud van vier houdt in dat de inhoud van de ruimte vier keer per uur wordt ververst. Dat bereken je op de volgende manier; Stel een badkamer is 2 meter breed, 4 meter lang en 2,5 meter hoog. De inhoud van de ruimte is dan 2 m x 4 m x 2,5 m = 20 m3. Om goed te ventileren moet dan 4x 20 m3 = 80 m3/h geventileerd worden.


Een raam open zetten lijkt handig, maar is dat vaak niet. Buitenlucht is vaak kouder en vochtiger dan de lucht in huis en neemt daardoor veel minder vocht op. Zelfs in de zomer is een open raam niet genoeg om schimmelvorming te voorkomen, ventileren is dan beter. Zorg ervoor dat de aangezogen lucht ook de badkamer in kan komen. Dit kan bijvoorbeeld door een kier onder de deur, of door een overstroomrooster in de deur. Zo komt reeds verwarmde en relatief droge lucht de badkamer binnen, en daalt de relatieve vochtigheid.

 

 

Kosten ventilatielucht verwarmen

Stel nu dat de mechanische ventilatie in een woning dag en nacht staat afgesteld op 100 m³/uur (Wat we in de praktijk meermaals zien)  wat zijn dan de energiekosten voor de verwarming van de verse lucht die binnenkomt?

  • 100 m³/uur geeft  (delen door 3600) 0,027777 m³/sec
  • Of wel 27 liter / seconde.

We gaan ervan uit dat er alleen warmte verloren gaat als de buitentemperatuur kouder is dan 18 ̊C , dit maakt het tevens eenvoudiger omdat we gebruik kunnen maken van een reken methode op basis van ‘graaddagen’ (zie eventueel ook de pagina kengetallen). Uit het gemiddelde aantal graaddagen van de afgelopen 10 jaar is vast komen te staan dat we in Nederland een ‘rekengetal’ hebben van 7,8246 ̊C (dagelijks gemiddeld te verhogen temperatuur tot 18 ̊C).  Anders gezegd de gemiddelde buitentemperatuur over een jaar genomen is (18 - 7,8246 =) 10,1754 ºC. 

Simpel gezegd, als elke dag het zelfde zou zijn moeten we dagelijks 7,8246 graden verwarmen.  Dat getal kunnen we dus gebruiken om tot een jaarbehoefte te komen.

 

Φ= qv x ρ x C x Δt

We gaan dus rekenen, methode 1:

 

Φ= qv x ρ x C x Δt
kW = m³/s x kg/m³ x kJ/kg.K x K

Ofwel:  vermogen = volumestroom x soortelijke massa lucht x soortelijke warmte lucht x temperatuurverschil

 

Voor lucht houden we hier nu aan: (ρ) 1,29 en de soortelijke warmte c = 1,006
Φ = 0,027777 x 1,29 x 1,0 x 7,8246
Φ =  0,28 kW
Per dag is dit 24 uur x 0,28 kW = 6,72 kWh
x 365 dagen = 2452 kWh per jaar opwarm behoefte voor ventilatie lucht (100 m³ / uur)


En nog een keer maar nu met methode 2:

Formules:

Q = m x c x delta T (Q in joule/seconde)
P  = m x c  x delta T
Watt = kg x J/kg.k x delta T

 

100 m³ uur = 0,0277 m³ sec


M= ρ x V
M is massa in kg
ρ = soorterlijk dichtheid in kg/m³
V is volume in m³


M is 1,29 x 0,02777 m³/s =  geeft 0,0358 kg/s
P = 0,0358 x 1000 x  7,8246 = 280 Watt
= 0,28 kW x 365 dagen x 24 uur = 2452  kW/h per jaar nodig voor 100 m³ afzuiging per uur.

 

Bij Mechanische ventilatie geeft dit:

Als we werken met een warmtepomp met een SPF / SCOP van 4,6 geeft dat:
2452 kWh : 4,6 = 533 kWh verbruik uit het net.
Als een kWh € 0,20 kost geeft dit:  533 x €0,20 =  afgerond € 107,- per jaar.


Als we dit doen met een HR CV-ketel geeft het:
2452 kWh : 8,8 (netto inhoud aardgas op bovenwaarde minus ketel rendement) = 278 m³ gas.

Als een m³ gas € 0,80 kost geeft dit: 278 x € 0,80 = € 223,- per jaar.


Als u werkt met een WTW systeem met een rendement van 90%  wordt 90 % van de warmte die nodig is om de ventilatielucht op te warmen terug gewonnen uit de afgevoerde lucht van de woning.

Het verbruik is dan maar 1/10 van bovengenoemde !
De kosten zijn dan met de warmtepomp (107 x 01 = ) € 10,70 en met aardgas (223 x 0,1) €22,30 per jaar.

 

(We zijn hierbij niet uitgegaan van ontvochtigen).

 

 

Go to top

logo© Warmtepomp-tips.nl, dinsdag 21 september 2021

Pagina: - Ventilatielucht
Tags:ventilatie, kosten, lucht, opwarmen, jaar, berekenen
Beschrijving: Ventileren in een woning is noodzakelijk voor de kosten hoeft u het niet te laten. Verwarmingskosten van koude ventilatielucht per jaar.