Warmtepomp-tips; Kengetallen voor een woning.

Vooraf:

Getoonde tabellen op deze pagina komen voort uit o.a. statistieken, monitoring, rekenmodellen evenals normering. Het gaat hier om gemiddelde en afgeronde getallen. Ze gaan over het te verwachten energieverbruik per jaar van een woning, aan de hand van bouwjaar, isolatiewaarde en het type ventilatie van het gebouw. De gebruikte indicatiecijfers zijn dus gebaseerd op ervaring, monitoring en vergelijkingen.

De kengetallen, genoemd op deze pagina, zijn afgeronde indicatiegetallen. Ze geven snel een verwachtingspatroon van een woning. Met andere woorden 'een benadering'.  Er kunnen geen rechten worden ontleend aan deze kengetallen!

Richtgetal  (kengetal) bestaande bouw.

Vooral bij bestaande bouw, kunnen deze kengetallen snel helpen om een inschatting te krijgen van de isolatie waarde van een woning. Bij bestaande bouw kun je aan de hand van het werkelijke energieverbruik natuurlijk ook snel tot een vergelijk komen. Belangrijk om te weten is dat naast het gebouw zelf ook het gedragspatroon van de bewoner een grote rol blijft spelen in het energieverbruik. Als je in een straat met hetzelfde type woning per woning het energieverbruik bekijkt, zie je toch dat haast geen enkele gelijk is.  Natuurlijk zit het wel in eenzelfde range.  Maar met uitschieters omlaag en omhoog. Hoe vaak zet je bijvoorbeeld de ramen open om te ventileren? Gaan alle deuren in de woning steeds dicht ? En zo meer.


Kengetal (richtgetal)  bij nieuwbouw.

Bij nieuwbouw wordt, door bijvoorbeeld de installateur, in eerste instantie vaak gerekend met kengetallen, om later een warmteverliesberekening te maken.  In een eerste onderzoeksfase / indicatiefase werken kengetallen simpel om snel te kijken of iets (financieel) haalbaar wordt voor de consument. Bij opdracht, als het project haalbaar is voor de klant, wordt een warmteverliesberekening gemaakt.

Een warmteverliesberekening geeft natuurlijk een veel exacter beeld dan het richtgetal. Hoewel ook dat altijd een benadering blijft. Naar gelang de rekenmodellen (software) beter worden; wordt de uitkomst natuurlijk veel nauwkeuriger. 

Maar hoe goed de software ook is, het blijft een benadering. Natuurlijk is die benadering veel beter dan een richtgetal, maar ook een richtgetal is dus een benadering.  Bij een richt- of kengetal gaat het dus om een eerste indicatie van een verwachting.  Zolang deze redelijk in de buurt zit van de werkelijkheid kun je die dus handig gebruiken om snel een indicatie te hebben als vergelijk.  Daar zijn ze dan ook voor bedoeld;

Overigens worden genoemde richtgetallen ook regelmatig naast een warmteverliesberekening gehouden en vaak zitten deze dan aardig in de buurt, zo zijn de richtgetallen min of meer ook ontstaan.

 

Omrekenen m³ aardgas naar kWh voor verwarmen.

1m³ aardgas (NL Slochteren) heeft op onder waarde 31,65 MJ (Mega Joule) energie inhoud.
1m³ aardgas (NL Slochteren) heeft op boven waarde 35,17 MJ energie inhoud.
Bovenwaarde houdt rekening met de energie verkregen tijdens het condensatieproces.
Een HR-gasketel maakt gebruik van deze warmte, dus rekenen we daar met de inhoud op boven waarde.
Bij warmte wil je vergelijken met wat er netto wordt afgegeven aan de installatie. 
Dan volgt: 35,17 MJ : 3,6 = 9,76 kWh 
Ander gezegd:  35170000 Joule : 3600 seconden = 9769 Watt/uur =  9,76 kWh
Een HR-ketel heeft op bovenwaarde een rendement van 90%
9,76 kWh x 90% = afgerond 8,8 kWh netto als rekengetal van m³ aardgas naar netto 8,8 kWh 
U komt dit getal dan ook regelmatig tegen in omrekenvoorbeelden.

 

Wat is een warmteverliesberekening?

Een warmteverlies berekening bestaat uit:

  1. Het transmissieverlies is het warmteverlies dat optreedt door een temperatuurverschil dat heerst aan beide zijde van een constructie (zoals een buitenwand). Hierbij zal er thermodynamisch evenwicht optreden waarbij de ruimte met de hogere temperatuur te koelere ruimte zal opwarmen tot dat er in beide ruimtes een gelijke temperatuur zal heersen
  2. Het infiltratieverlies wordt veroorzaakt door ongecontroleerde luchtstromen die door kleine openingen in de constructie naar binnen dringen.
  3. Het ventilatieverlies wordt veroorzaakt door gecontroleerde luchtstromen die nodig zijn om een gebouw aan de minimale ventilatie eisen te laten voldoen.
  4. De opwarmtoeslag is een extra hoeveelheid vermogen die toegepast wordt indien er gebruik wordt gemaakt van nachtverlaging. Dit vermogen zal nodig zijn om een ruimte binnen een bepaalde tijd van een lage temperatuur naar de gewenste ontwerptemperatuur op te warmen. (Bij een LT-warmtepomp installatie maken we in principe geen gebruik van nachtverlaging, de opwarmtoeslag mag dan vervallen).

Deze verliezen bij elkaar bepalen welke capaciteit nodig is om het gebouw te kunnen verwarmen.

 

Statische- of dynamische warmteverliesberekening.

  • Een statische warmteverliesberekening gaat uit van gemiddelde buitentemperaturen en gemiddelde weersomstandigheden welke zich in een jaar voordoen en hoe bepaalde materialen in welke mate hier op reageren.  
  • Een dynamische warmteverliesberekening kan de werkelijke, steeds variërende temperatuur, windkracht en windrichting van een heel jaar meewegen. Deze software benaderd hoe bepaalde materialen in welke hoeveelheid hierop reageren. Deze software wordt steeds slimmer en kan dus worden gevoed met ervaring van voorgaande jaren en bepaalde windrichtingen en windkrachten meewegen in de berekening voor een nog nauwkeuriger beeld.

Graaddagen

In de jaren 80 hield de overheid, samen met energiebedrijven, een grote ‘bezuinigingscampagne’. Wekelijks stond toen in weekbladen en kranten een tabel met aardgas verbruiken in m³.  Aan de hand van het wekelijks gasverbruik kon je in die tabel zien wat jouw te verwachten jaar verbruik zou worden. Indien je hoger uit kwam dan je verwachting, kon je de week daarop de thermostaat een graad Celsius lager zetten. Dat was de bedoeling van de actie.
Hoe kwam de overheid nu wekelijks aan een indicatie gasverbruik? Dat was eigenlijk niet zo moeilijk.  De overheid rekende met ‘graaddagen’. Ze gingen uit van het gemiddeld aantal graaddagen per kalenderjaar, en verbruikscijfers van woningen.  Zo hoefde ze elke week alleen maar in de tabel, het aantal graaddagen van die week te vermenigvuldigen met een factor m³ aardgas per woning.

 

Met graaddagen ging men er vanuit dat een woning alleen verwarming nodig had als het buiten lager dan 18 graden Celsius was.
Gedurende de hele dag en nacht wordt de buitentemperatuur gemeten door o.a. het KNMI.

 

Als uitgangspunt voor Nederland werd meestal het weerstation van De Bilt aangehouden.

In werkelijkheid verschilt bijvoorbeeld Den Helder, Maastricht, Groningen en Vlissingen van elkaar.

Ze zouden eventueel alle stations onder elkaar ook weer uit kunnen middelen.
Uit een dagelijkse meting (24 uur lang) komt een gemiddelde buitentemperatuur per dag.
Stel dat de gemiddelde buitentemperatuur van 6 december 8 graden was, dan is het aantal graaddagen van deze dag 10 !  (18 - 8 = 10) Voor elke gemiddelde graad Celsius lager dan 18 ̊C wordt dus 1 graaddag geteld.

Als de gemiddelde dag temperatuur 18 graden of hoger was worden er dus geen graaddagen geteld voor die dag.

Om toch de definitie verder te optimaliseren is er aan de hand van diverse praktijkmetingen en berekeningen toen ook een weegfactor in het leven geroepen;

Gewogen graaddagen;

Om rekening te houden met o.a. de hoeveelheid zonnestraling in huis, kunnen afhankelijk van het seizoen de graaddagen vermenigvuldigd worden met een weegfactor. Zo krijgen we de “gewogen graaddagen”.

De weegfactoren zijn:

  • In april t/m september: 0,8
  • In maart en oktober: 1,0
  • In november t/m februari: 1,1
  • Stookgrens 18 ºC
  • Dit geeft onderstaand aantal graaddagen per jaar:

 

Jaar: Graaddagen:   Jaar: Graaddagen:
2000  2682   2011 2664
2001  2904   2012 2902
2002  2745   2013 3094
2003  2962   2014 2418
2004  2912   2015 2674
2005  2792   2016 2784
2006  2718   2017 2685
2007  2565   2018 2675
2008 2816   2019 2648
2009 2867   2020 2460
2010 3372   2021  

 

 

Wat kun je  met graaddagen ?

U heeft bijvoorbeeld een woning uit 2008 welke in 2017,  1400 m³ gas heeft verbruikt.
2017 had 2685 graaddagen.  1400 m³ gas : 2685 graaddagen = 0,52 m³ gas per graaddag.

In 2018 heeft u de woning beter geïsoleerd, de zolder aan de binnenkant, HR+ glas en spouwmuur isolatie.
Uw verbruik in 2019 was 1190 m³ gas.
2019 had 2648 graaddagen. 1190 m³ gas : 2648 graaddagen = 0,44 m³ gas per graaddag.
Uw besparing met de isolatie is dus 0,52 m³ - 0,44 m³ = 0,08 m³ gas per graaddag.

In percentage uitgedrukt geeft dit (0,44 : 0,52)  x 100 = 84,6 % van wat het eerst was.
Of wel een besparing van 100 - 84,6 = 15,4% besparing.

 

Een 2e voorbeeld:

Stel het is winter, u woont nog maar net in uw nieuwe woning, en u bent benieuwd naar het te verwachten jaarverbruik:

U noteert op zaterdag avond om 24.00 uur de gasmeter stand, en doet dit de volgende zaterdag weer.

U weet dan hoeveel gas u in die week heeft verbruikt.

U zoekt, bij het KNMI, de graaddagen van die week op.

Dan kunt u dus (net als het eerste voorbeeld) uitrekenen hoeveel m³ gas per graaddag u heeft verstookt in die week.

U gaat dan bijvoorbeeld uit van het feit dat een jaar ca 2800 graaddagen heeft, en u heeft u te verwachten jaarverbruik;
2800 graaddagen x m³ gas per graaddag is dan ongeveer het te verwachten jaarverbruik van uw nieuwe woning.

 

Rekencijfer / kengetal uit het begrip graaddagen:

We kunnen het aantal graaddagen over de laatste jaren ook middelen en deze delen door 365 dagen. 
Dan kom je thans uit op 7,8246 graaddagen per dag.
Als het weer een heel jaar constant zou zijn moet je dus per dag 7,8246 graden verwarmen.

Daarbij gaan we er natuurlijk ook weer van uit dat verwarming nodig is tot een buitentemperatuur van 18 ºC.  (Waar het begrip graaddagen op gebaseerd is).  De gemiddelde buitentemperatuur  in Nederland is dus: 18 - 7,8246 = 10,17 ºC

We spreken dus altijd over gemiddelde, in de praktijk zijn de graaddagen gemeten in De Bilt net iets anders dan die van Vlissingen, Maastricht of Groningen.  Het is dus steeds middelen, net zoals bij vele kengetallen. 

Warmtepomp indicatietabel vollasturen per jaar voor verwarming per woning bouwjaar.

Een tabel met gegevens als indicatie; Verkregen door monitoring, vergelijking, berekenen en beredeneren.

Rekenmodel vollast draaiuren vermogen warmteomp woning bouwjaar v 2021

Wat zien we in deze tabel ?

  • Uit metingen en rapportage van Nederlandse weerstations, van de afgelopen 6 jaar, is een gemiddelde berekend: Hoeveel uur per jaar welke buitentemperatuur voorkomt.   Een jaar heeft 365 dagen x 24 uur = 8760 uren.
  •  Bij een oude en dus slecht geïsoleerde woning is het uitgangspunt dat we verwarmen onder 18 ºC buitentemperatuur. Attentie: U ziet hier als 'richtgetal'  100 Watt per m² staan. Bij deze oude woningen zien we in de praktijk dat dit soms zelfs wel eens 200 Watt per m² is.
  • Hoe beter de isolatie van de woning, hoe langer het duurt voor we hoeven verwarmen.
    Uitgangspunt in de tabel:
    Bij een woning (Rc dak 1,03) gebouwd tussen 1975 - 1982 is verwarming nodig onder een buitentemperatuur van 17ºC.
    Bij een woning (Rc dak 1,3) gebouwd 1983 - 1991 verwarmen we onder 16ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning (Rc dak 2,5) gebouwd 1992 - 2004 verwarmen we onder 15ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning (Rc dak 3,5) gebouwd 2005 - 2009 verwarmen we onder 14ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning (Rc dak 5) gebouwd 2010 - 2015 verwarmen we onder 13ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning (Rc dak 6) gebouwd 2016 - 2020 verwarmen we onder 12ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning (Rc dak 6,3) gebouwd in 2020 verwarmen we onder 11ºC buitentemperatuur.
    Bij een woning gebouwd vanaf 2021 (BENG Rc dak > 6,3) verwarmen we onder 10ºC buitentemperatuur.
    Bovenstaande woningen hebben dus zo'n goed geïsoleerde schil dat pas onder een bepaalde buitentemperatuur binnen verwarming nodig is, hierbij is ook de in de woning aanwezige warmte en uitstraling daarvan meegewogen.
    Misschien een vreemd voorbeeld; Koffie in een kopje is binnen een halfuur afgekoeld, koffie in een goede thermoskan niet.
    De 'schil' om de koffie bepaald de mate en snelheid van afkoeling.
  •  In dit voorbeeld zijn we uitgegaan van een woning met 100m² gebruikoppervlakte en het kengetal 'Watt per m²' wat bij een bepaald woning type behoort. Dit aan de hand van kengetallen die voortkomen uit warmteverliesberekeningen, monitoring en energieverbruikgegevens.
  • Hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe lager ook het vermogen wat nodig is om de woning te verwarmen. Een warmteverliesberekening wordt gemaakt met als uitgangspunt een buitentemperatuur van -10ºC . Bij die buitentemperatuur is dus het 'vollast vermogen' nodig.  Naargelang de buitentemperatuur minder koud wordt, is minder vermogen nodig om de woning te verwarmen. Hier is in deze tabel rekening mee gehouden.
  • Het aantal uren dat verwarming nodig is in de woning wordt bepaald door de isolatie waarde van de woning.  We kijken dan onder welke buitentemperatuur verwarming nodig is, en hoeveel uren per jaar die buitentemperatuur gemiddeld voorkomt.
  • Vervolgens vermenigvuldigen we die uren met het deelvermogen (warmteverliesberekening per buitentemperatuur) en verkrijgen zo het aantal kWh benodigde af te geven energie (warmte).
  • Onder 'Vollast vermogen' verstaan we het theoretisch op te stellen vermogen wat nodig is bij -10ºC buitentemperatuur. We nemen voor het gemak aan dat dit vermogen dan ook wordt geïnstalleerd in de woning. Uiteindelijk kunnen we het totaal aantal kWh afgegeven energie delen door dit 'vollast vermogen' en zo krijgen we 'vollast uren'. Ter verduidelijking: als een toestel 4 uur lang 25% van zijn vermogen levert aan de woning, hebben we na 4 uur dus 1 uur vollastvermogen. Immers 4 x een kwart = 1.
  • De tabel is bedoeld om per woning type het aantal 'vollast uren' verwarming per jaar zichtbaar te maken.
  • In de tabel ziet u dus dat pas vanaf een bepaalde buitentemperatuur verwarming in de woning nodig is.
    Hoe beter de woning geïsoleerd, hoe minder snel dat de verwarming aan hoeft.
  • Let op ! In deze tabel ontbreken natuurlijk nog de  'vollasturen' voor verwarming van tapwater!

Jaarbelasting duurkromme

jaarbelasting duurkromme warmtepomp

In bovenstaande jaarbelastingduurkromme (voortgekomen uit monitoring) zie je een voorbeeld van een woning uit 2019 met een Rc isolatie waarde voor het dak van '6'.  Je ziet dat pas vanaf 12 ºC buitentemperatuur verwarming in de woning nodig is.  In de zomer draait de warmtepomp alleen voor tapwater. Je ziet ook dat naargelang het buiten kouder wordt, er meer capaciteit (vermogen) nodig is van het toestel. Tot 7 kW bij -10ºC in dit voorbeeld.  Je ziet dat er circa 1000 uur nodig zijn van meer dan 4 kW, of 3500 uur van meer dan 2 kW. Met 'vollasturen' berekenen we al deze deel vermogens terug naar het 'vol-vermogen' van 7 kW en komen dan bijvoorbeeld op totaal 1400 vollast uur uit zonder tapwater, en met tapwater op 1700 vollast uur.
 

(Warmtepomp) vollasturen per maand voor alleen verwarming

warmtepomp draaiuren per maand vollast versie 2021

In de eerder getoonde tabel toonde we het te verwachten aantal vollast draaiuren per jaar.

In de tabel hierboven hebben we deze uren opgesplitst naar een overzicht per maand.  Het betreft hier alleen verwarming zonder tapwater.  Vandaar dat in de zomer de uren op 0 uit kunnen komen.

Indicatietabel benodigd aantal Watt per m² verwarmingsvermogen per m² gebruikoppervlakte (GO) van de woning (op te stellen capaciteit voor verwarming).

Warmtepomp richtgetal watt per m2 go woning versie 2021

Door middel van deze tabel kun je een eerste indicatie krijgen van het benodigd op te stellen verwarmingsvermogen in een woning. Stel dat je een nieuwe '2 onder een kap' woning gaat bouwen met CO2 gestuurde mechanische ventilatie volgens de Isolatienorm 2021 en je woning een gebruikoppervlakte krijgt van 140 m²  (55m² bg + 55m² 1e verdieping + 30m² zolder)  dan is de te verwachten capaciteit voor verwarming in deze woning 140 m² x 30 Watt = 4200 Watt ( = 4,2 kW).

Indicatie tabel  kengetal warmtapwater energieverbruik per dag en jaar

tapwaterverbruik nl per jaar volgens isso
In deze tabel ziet u een indicatiegetal voor benodigde energie per jaar aan warmtapwaterverwarming.

 

Het warmwaterverbruik is sterk afhankelijk van bewonersgedrag en luxe van de badkamer.
Een regendouche verbruikt veel meer warmtapwater dan een spaardouche bijvoorbeeld.

 

Naast de ISSO 59 zijn er natuurlijk nog andere tabellen in omloop. 'Monitor Thuis' komt op ca 50 m³ gas per jaar minder uit dan het 'middel' in bovenstaande tabel.


Voor een indicatie kunt u gebruik maken van de 'douche-bad middel' kolom, stel dat u met 3 personen bent dan kunt u als richtgetal aannemen dat per jaar ongeveer 300 (298) m³ gas nodig is voor tapwaterverwarming.

Bij een warmtepomp kunt u het getal 'benodigde energie' delen door een tapwater SCOP, SPF van bijvoorbeeld 2,5 (realistisch gekozen)  Dat geeft dus bij deze 3 personen:
2626 kWh (benodigd)  : 2,5 (rendement SPF) = 1052 kWh verbruik aan elektriciteit.

 

Boiler inhoud bij warmtepomp volgens SWK, Woningborg en ISSO.

Minimaal boilerinhoud swk woonborg isso bijtelling vermogen warmtepomp

 

In de linkse kolommen ziet u dik gedrukt de ISSO-  SWK en Woningborg gegevens, rechts daarvan (in het midden van de tabel) met 'omrekenfactor naar een tankinhoud van 60 °C  welke dan nog steeds aan deze norm voldoet.

 

Ook de aftapbaarheid kan een rol spelen voor het vaststellen van een equivalent tankinhoud welke nog steeds aan de eis voldoet.  Volgens de ISSO is de aftapbaarheid van een boiler 80 tot 85%. Als de aftapbaarheid beter is dan 80% zal de boilerleverancier dit moeten aantonen. Het best kiest u dus gewoon een boiler volgens de ISSO voorwaarden (80% aftabaar) met eventueel een iets hogere warmwatertemperatuur in de tank.

 

Wat is aftapbaarheid?  Als je een tank van bijvoorbeeld 200 liter warmwater hebt, komt er zodra je gaat tappen koudwater de tank binnen, deze koude gaat zich wat mengen met de interne warmte. Daarom kun je eigenlijk geen 200 liter water van dezelfde temperatuur waar de tank op stond, aftappen.


Helemaal rechts treft u de boilerkeuze in voorraad en hoeveel liters van 40 graden deze dan NETTO (80%)  kan leveren en wat het bijtelvermogen (volgens ISSO) is voor tapwater vermogen op het verwarmingsvermogen.

Vermogen warmtepomp =  Vermogen verwarming + vermogen tapwater (vermogen kun je hier ook lezen als capaciteit).

 

Warmtepomp draaiuren voor koelen per jaar

draaiuren voor koeling per jaar warmtepomp

In boven staande tabel ziet u het aantal uren per jaar, boven een bepaalde buitentemperatuur.

Bij een warmtepomp op bodemenergie zou je in een perfect geïsoleerde woning bijvoorbeeld vanaf 21ºC buitentemperatuur kunnen koelen, je komt dan aan 607 koeluren per jaar (tabel).  Omdat bij bodemenergie het koelen van de warmtepomp zorgt voor regeneratie van de bodem, je brengt de warmte die teveel is in de woning min of meer over naar de bodem, is dit een prima idee.

 

Bij een lucht-water-warmtepomp, welke voor koeling de compressor moet laten draaien, wordt in de praktijk meestal pas  op een later moment gekoeld i.v.m. de energiekosten. Je koelt dan bijvoorbeeld vanaf 24 ºC buitentemperatuur en komt dan aan 265 uur per jaar.

 

Indicatietabel energieverbruik per jaar per woning bouwjaar.  Warmtepomp versus cv-ketel.

(meerdere cijfers uit andere tabellen op deze pagina komen terug in deze tabel)

Indicatie tabel gasverbruik en vaststellen warmtepompvermogen als er een cv-ketel was

 

Noot: deze tabel is gemaakt om te kijken of uw woning geschikt is voor een warmtepomp.
Maar u kunt daar ook onderstaand mee:
 

Voorbeeld:

U heeft bijvoorbeeld een woning uit 2008, Rc (dak) 3,5, met mechanische ventilatie.
Het GO van uw woning is 140 m²  (55m² bg + 55m² 1e verdieping + 30m² zolder)
 

Bij een HR-cv-ketel

Is dan het te verwachten gasverbruik voor verwarming per jaar:

140 m²  x 11,9 m³ gas (uit tabel)  = 1666 m³ gas
Stel u heeft een gezin van 3 personen dan komt daar voor tapwater 298,41 m³ gas bij.
Het te verwachten gasverbruik in deze woning is dan 1666 m³ + 298,41 m³ = afgerond 1965 m³ gas per jaar.

Bij een warmtepomp

Is in dit voorbeeld het te verwachten stroomverbruik voor verwarmen + tapwater per jaar:

(SPF voor verwarmen 4,5 en voor tapwater 2,5)
140 m²  x 23,27 kWh (uit tabel)  = 3257,8 kWh per jaar
Stel u heeft een gezin van 3 personen dan komt daar voor tapwater 1050,4 kWh stroomverbruik bij.
Het te verwachten energieverbruik is dan 3257,8 kWh  + 1050,4 kWh  = afgerond 4308 kWh per jaar.

Energiekosten vergelijk in Euro:

Stel dat elektra € 0,20 kost per kWh en aardgas € 0,80 per m³  (gebruik de prijs die u zelf betaald).

HR-ketel 1965 m³ gas x € 0,80 = € 1572,- per jaar energiekosten.
Warmtepomp 4308 kWh x € 0,20 = € 862 per jaar energiekosten.

Met een warmtepomp bespaart u in dit voorbeeld dus (1572-862=) € 710,- aan energiekosten per jaar.

In percentage:

percentage berekenen

  • (862 : 1572) x 100 = 54,8 %
  • Afname =  ((862-1572) :1572) x 100 = afgerond 45,2 % = Besparing!


Het berekenen van de gebruiksoppervlakte (m² GO) volgens NEN 2580

Bij de gebruiksoppervlakte van de woning wordt onderscheid gemaakt tussen de woonruimte en de overige inpandige ruimten. Verder wordt, indien aanwezig, de gebruiksoppervlakte van de gebouwgebonden buitenruimte (bijvoorbeeld een balkon) of de externe bergruimte bepaald. 

Voor verwarming van een woning gaan de kengetallen alleen uit van inpandige gebruiksoppervlakte.


Berekening van de gebruiksoppervlakte

De gebruiksoppervlakte (GO) is de oppervlakte gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte omhullen. Deze maat wordt gebruikt voor het vergelijken van woningen, maar ook voor het maken van berekeningen met betrekking tot bijvoorbeeld brandveiligheid en gebruiksbelasting. Daarnaast wordt de gebruiksoppervlakte ook in de vastgoedwereld gebruikt om de prijs per vierkante meter (GBO) uit te drukken.


Een deel van de eisen die in het bouwbesluit staan geformuleerd, worden getoetst met behulp van de gebruiksoppervlakte. Er gelden niet alleen eisen aan het gebruiksoppervlak zelf, maar ook aan bijvoorbeeld de hoeveelheid daglicht openingen, nooduitgangen of ventilatie ten opzichte van het gebruiksoppervlak. Er bestaat ook een groot aantal termen die aan het gebruiksoppervlak zijn gerelateerd, zoals verblijfsgebied, gebruiksfuncties, verkeersruimte. De gebruiksoppervlakte is dan ook een juridische term en voor het berekenen van de gebruiksoppervlakte bestaan dan ook strenge regels. Deze regels zijn beschreven in een officiële Nederlandse norm; NEN 2580.


Berekening: wat valt er wel en niet onder?

In NEN 2580 is bepaald dat de gebruiksoppervlakte wordt berekend door van de totale oppervlakte binnen de wanden van de woning, het BVO (bruto vloeroppervlak) de volgende oppervlaktes af te trekken:

  • Grondoppervlak van dragende wanden.
  • Oppervlak van vides en trapgaten, indien groter dan 4 m2.
  • Oppervlak van ruimten met een vrije hoogte lager dan 1,5 meter.
  • Grondoppervlak van afzonderlijke constructies groter dan 0,5 m2.
  • Grondoppervlak van leidingschachten, indien groter dan 0,5 m2.
  • Nissen kleiner dan een halve vierkante meter worden in de berekening genegeerd.

go bepalen

 

Voorbeeld tekening:  U telt dus het vloeroppervlak van woonkamer, slaapkamers, gang, keuken, toilet en badkamer bij elkaar op. De in de tekening grijs getekende gebieden hoeft u niet mee te rekenen.


Stel dat u een bovenverdieping met schuine kap heeft, dan hoeft u het vloeroppervlak waar de hoogte minder dan 1,5 meter is niet mee te tellen.

Deze manier van berekenen maakt het mogelijk de indeling van een gebouw aan te passen, zonder dat de gebruiksoppervlakte verandert. Dit is een verschil met het netto vloeroppervlak (NVO), waarbij ook nog de oppervlakte van de scheidingswanden van het bruto vloeroppervlak wordt afgetrokken.

 

Noot: Omdat het werken met indicatiegetallen is wat het zegt, een indicatie, wordt soms ook wel eens met het bruto
inpandig oppervlak gerekend: met als enige uitzondering dat de ruimte welke minder dan 1,5 meter hoog zijn niet worden meegeteld.

 

Tabel warmtepomp bètafactor inzet op lager vermogen

betafactor warmtepomp inzet in procent jaar

 

Bij modulerende warmtepompen is er geen technische reden om een warmtepomp in te zetten met een lager vermogen.

De ISSO adviseerde om bij aan-uit warmtepompen op bodemenergie in te zetten met een lager vermogen dan berekend. Stel dat u een berekend warmtepomp vermogen van 6 kW heeft, dan kunt u deze inzetten met een bètafactor van 0,8 ofwel op 80% van het benodigde vermogen (6 x 0,8 =)  4,8 kW.   De kleinere warmtepomp dekt daarmee 97% van de jaarbehoefte. Tijdens 3% van het seizoen moet er bij-verwarming komen van bijvoorbeeld een elektrische element of ketel. Hiermee kan de bron wat kleiner zijn en worden de schakelmomenten van de warmtepomp ook kleiner.

 

Stel u heeft een woning met een isolatiewaarde gelijk aan RC5, dan ziet u in de vollastdraaiuren tabel dat 1570 vollast uren worden verwacht. Bij 6 kW vollastvermogen is dan per jaar 1570 x 6 kW = 9420 kWh nodig.

Omdat u een kleiner vermogen inzet worden het natuurlijk meer uren. U ziet in de Bètafactor tabel dat u het aantal uren dan met 1,2125 moet vermenigvuldigen.   Het te verwachten aantal vollast draaiuren met 80%  vollast vermogen is dan 1570 x 1,2125 = 1903,6 vollast uren  De afgegeven energie is dan 1903,6 vollast uren x 4,8 kW (nieuw kleiner vollast vermogen) = 9137 kWh.


(Tussen vergelijk 97% van 9420 = 9137 kWh)

Verder:

Bij 100% (monovalent) inzet en een SCOP van 4,2 wordt het te verwachten jaar verbruik:

1570 vollast uur x 6 kW = 9420 kWh.
Dit mogen we nu delen door het SCOP/SPF van 4,2 = 2242,8 kWh verbruik uit het net.

 

Bij een inzet van Bètafactor 0,8 (80%) geeft dit:
9137 kWh dekking door de warmtepomp, delen door SCOP 4,2 = 2175, 4 kWh.
3% verwarmen we dan met een elektrisch element (niet gedekt).
9420 - 9137 = 283 kWh (is die 3%). Een element heeft een rendement COP van 1.

Het te verwachten jaar verbruik wordt dan 2175,4 kWh + 283 kWh = 2458 kWh per jaar.

 

Stel dat een kWh 0,20 Euro kost, dan zijn de meerkosten energieverbruik per jaar:  283 kWh x € 0,20 =  afgerond  € 57,-  per jaar.  Maar de aanschaf van de kleinere warmtepomp en kleinere bron waren bijvoorbeeld wel veel goedkoper.  Er kan dus ook een financiële reden zijn om te kiezen voor een inzet met kleinere capaciteit.

 

Vollasturen per jaar; Rekengetal vermogensbepaling van aardgas cv-ketel  naar warmtepomp

Van hr ketel naar warmtepomp vollasturen per jaar voor omrekenen

Bovenstaande tabel is bedoeld om het vermogen van de warmtepomp te bepalen als je van aardgas naar warmtepomp gaat.

 

NOOT: Van 1990 tot 2015 is door de installatiebranche gerekend met het kengetal van 1650 vollast draaiuren per jaar voor de bepaling van het op te stellen verwarmingsvermogen van een cv-ketel. Echter, naarmate de woningisolatie beter werd waren er per jaar minder vollasturen voor verwarming nodig. Bij het omrekenen van gasverbruik naar op te stellen verwarmingsvermogen kan dus vanaf 2016 (of bij verbeterde isolatie van de woning / Rc toename) met minder vollasturen worden gerekend.  Het kengetal moet immers de uitkomst van een warmteverliesberekening zoveel mogelijk benaderen. U ziet in de tabel het omreken kengetal voor vollastdraaiuren per jaar dus afnemen naarmate het Rc getal hoger wordt.

Dit omrekengetal voor vollasturen per jaar is iets anders dan het normaal te verwachten aantal vollasturen per jaar op basis van het weerklimaat. Er is namelijk rekening gehouden met enige reserve voor een eventueel iets kouder jaar in de toekomst.

 

Je treft deze zelfde cijfers ook in de tabel die eerder op deze pagina voorbij kwam.
Daar stonden de omrekenuren rechts in de tabel.

 

U treft op deze pagina (link) een uitgebreid voorbeeld over de toepassing.

 

  • 1 Joule = 1 Watt per seconde
  • 1 kJ = 1 kW per seconde (1000)
  • 1 MJ = 1 MW per seconde  (1000 000)
  • 1m³ water = 1000 liter
  • 1 kW vermogen = 1000 Watt vermogen
  • 1 uur = 3600 seconden
  • 1 kWh energie = 3.600.000 Joule
  • Watt x Seconde = Joule
  • 1000 W x 3600 Seconde = 3.600.000 Joule
  • 1 kW x 3600 Seconde = 3600 kJ
  • Van MJ naar kWh = delen door 3,6

Gemiddelde buitentemperatuur in ºC  in Nederland per maand/jaar (vanaf 1940)

 
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Jaar
2021                          
2020
6,2
7,2
6,8
11,1
13,1
17,5
17,0
20,4
15,2
11,3
8,9
5,5
11,7
2019
3,5
6,1
8,0
10,9
11,7
18,1
18,8
18,4
14,5
11,6
6,4
5,8
11,2.
2018
5,6
0,7
4,7
12,2
16,4
17,9
20,7
18,5
14,7
11,9
6,8
6,1
11,4
2017
1,6
5,1
8,6
8,6
15,0
18,0
17,9
17,2
13,7
13,3
7,3
4,9
11,0
2016
4,8
4,6
5,4
8,7
14,5
16,8
18,4
17,9
17,3
9,9
5,4
4,7
10,7
2015
4,0
3,5
6,2
9,0
12,4
15,6
18,4
18,5
13,4
9,9
9,9
9,6
10,9
2014
5,7
6,5
8,4
12,1
13,2
16,2
19,8
16,1
15,9
13,4
8,2
4,8
11,7
2013
2,0
1,7
2,5
8,1
11,5
15,3
19,2
18,1
14,4
12,2
6,7
5,9
9,8
2012
4,9
0,8
8,3
8,4
14,5
14,9
17,3
18,5
14,2
10,5
6,8
5,0
10,3
2011
3,5
4,6
6,0
13,1
14,0
16,1
15,9
16,9
15,6
11,4
7,2
6,5
10,9
2010
-0,5
1,6
6,4
9,7
10,5
16,4
19,9
16,8
13,6
10,4
5,8
-1,1
9,1
2009
0,8
3,3
6,3
12,2
13,9
15,6
18,1
18,5
15,0
10,7
9,5
2,2
10,5
2008
6,5
5,1
5,9
8,9
15,7
16,5
18,1
17,4
13,6
10,1
6,9
2,4
10,6
2007
7,1
6,0
8,0
13,1
14,1
17,5
17,0
17,1
13,8
10,1
6,9
3,8
11,2
2006
1,5
2,9
3,9
9,0
14,5
16,7
22,3
16,4
17,9
13,6
9,2
6,5
11,2
2005
5,3
2,4
6,5
10,4
12,6
16,8
17,7
16,2
15,7
13,3
6,9
4,0
10,7
2004
3,6
4,8
5,9
10,4
12,3
15,5
16,7
18,8
15,2
11,3
6,3
3,2
10,3
2003
2,5
1,8
7,3
9,9
13,2
17,8
18,8
19,3
13,9
7,5
8,0
4,0
10,3
2002
4,4
7,1
7,2
9,3
13,4
16,5
17,6
18,6
14,6
9,5
7,9
2,9
10,8
2001
2,6
4,5
4,9
8,3
14,1
15,2
18,5
18,5
13,4
14,2
7,1
2,9
10,4
2000
4,3
5,9
6,8
10,0
14,7
16,0
15,5
17,4
15,8
11,3
7,8
5,1
10,9
1999
5,2
3,1
7,3
9,8
14,2
15,0
19,1
17,5
17,4
10,6
6,7
4,8
10,9
1998
4,7
6,4
7,6
9,4
14,9
15,8
16,3
16,5
15,0
9,9
3,7
4,6
10,4
1997
-1,2
6,2
8,0
7,8
12,8
16,0
17,4
20,5
14,3
9,7
6,7
5,0
10,3
1996
-0,1
0,6
3,2
9,4
10,7
15,7
16,3
17,3
12,5
10,8
5,9
0,6
8,6
1995
3,8
6,7
5,5
9,2
12,8
14,7
20,1
19,7
14,2
12,7
6,8
-0,9
10,4
1994
5,2
1,5
7,3
8,2
12,4
15,0
21,4
17,6
13,6
9,4
10,2
5,3
10,6
1993
5,1
2,4
5,8
11,1
14,3
15,9
16,1
15,2
13,1
9,0
2,2
5,1
9,6
1992
2,7
4,9
6,9
8,7
15,6
17,2
18,3
17,8
14,6
8,0
8,0
3,7
10,5
1991
3,2
-0,8
8,8
8,5
10,0
12,7
19,0
18,0
15,0
10,2
5,3
3,9
9,5
1990
5,7
7,6
8,5
8,9
13,9
15,0
16,9
18,5
13,1
12,0
6,2
4,2
10,9
1989
4,5
5,3
8,2
6,9
14,6
15,7
18,1
17,2
15,6
12,4
5,6
4,8
10,7
1988
5,9
4,6
5,1
8,7
14,4
14,8
16,0
16,6
14,0
10,9
6,1
7,0
10,3
1987
-2,7
2,1
2,3
10,7
10,2
13,8
16,8
16,2
14,8
10,8
6,8
4,4
8,9
1986
2,4
-3,6
4,2
6,2
13,3
16,4
17,2
15,6
11,6
11,4
7,9
5,1
9,0
1985
-3,0
-0,6
4,1
8,5
13,2
13,7
17,4
15,9
14,4
10,3
2,6
5,7
8,5
1984
3,4
2,0
4,0
7,9
10,6
13,8
15,9
18,1
13,5
11,7
8,2
4,3
9,5
1983
6,2
0,9
5,7
8,5
10,6
16,4
20,1
18,1
14,2
10,4
6,1
3,8
10,1
1982
1,1
2,8
5,2
7,6
12,9
16,6
18,9
17,2
15,6
11,1
8,2
3,4
10,1
1981
2,7
1,5
8,1
8,3
13,3
14,4
16,3
16,7
14,7
8,5
6,7
-0,7
9,2
1980
0,2
4,8
4,7
8,0
12,3
15,0
15,8
17,0
15,3
9,4
4,9
3,6
9,3
1979
-3,2
-0,9
4,7
7,8
11,5
14,9
15,9
15,6
13,9
10,9
5,6
5,4
8,5
1978
3,0
1,1
6,6
6,9
12,1
15,0
15,4
15,3
13,7
10,9
6,3
1,8
9,0
1977
3,0
4,9
7,1
6,7
11,9
14,6
17,0
16,1
13,4
11,5
6,8
5,0
9,8
1976
4,2
2,9
3,0
7,5
13,3
18,0
19,3
18,0
13,8
11,2
6,9
1,7
10,0
1975
6,2
3,1
4,7
7,5
11,1
15,1
17,8
19,9
15,2
8,5
5,2
3,5
9,8
1974
5,2
4,6
5,6
9,1
11,6
14,8
15,4
16,4
12,7
7,0
6,5
7,3
9,7
1973
2,9
2,9
5,3
6,1
12,0
16,0
17,0
17,7
14,9
8,7
5,1
2,7
9,3
1972
0,5
3,6
6,2
7,7
11,8
13,4
17,2
15,5
11,9
9,0
6,0
3,3
8,8
1971
2,3
3,8
2,7
8,1
13,7
13,9
17,2
17,1
13,3
10,5
5,7
5,4
9,5
1970
0,6
1,1
3,0
6,1
13,1
17,6
15,7
17,0
14,4
10,7
7,5
2,5
9,1
1969
4,4
-0,1
2,2
7,9
12,9
15,2
18,1
17,7
14,8
12,7
6,4
-1,7
9,2
1968
2,1
1,5
6,2
9,3
11,0
15,4
16,3
17,1
14,4
11,7
4,9
-0,2
9,1
1967
3,1
5,2
6,8
7,4
12,6
14,4
18,2
16,5
14,2
11,8
5,1
3,4
9,9
1966
0,4
4,3
5,2
8,4
12,9
16,7
15,4
15,7
13,8
11,0
4,3
4,4
9,4
1965
2,8
2,1
4,3
7,7
11,9
14,7
14,9
15,3
12,8
9,9
2,7
4,5
8,6
1964
0,6
3,5
2,7
8,7
14,3
15,3
16,8
16,0
14,1
7,9
6,4
2,4
9,1
1963
-5,2
-3,2
4,6
9,0
11,0
15,6
16,3
15,2
13,8
9,7
8,3
-1,1
7,8
1962
3,5
2,8
2,0
8,0
10,0
13,7
14,7
15,3
13,0
10,8
4,2
-0,7
8,1
1961
2,0
6,3
7,1
10,5
11,1
15,4
15,6
16,0
16,6
11,4
4,7
1,6
9,9
1960
2,8
3,1
5,6
9,1
13,0
16,2
15,4
15,8
13,6
10,8
7,6
3,1
9,7
1959
1,7
0,7
7,0
9,9
13,4
16,0
18,5
17,8
15,5
11,3
5,1
4,4
10,1
1958
2,1
3,8
2,3
6,4
12,3
14,7
16,6
17,2
15,8
11,1
5,1
4,7
9,3
1957
3,7
5,1
8,4
8,5
10,3
16,3
17,6
15,6
12,9
10,8
6,4
3,0
9,9
1956
2,2
-6,7
5,4
5,7
12,2
12,8
16,4
14,0
14,7
9,8
5,1
5,4
8,1
1955
0,1
0,1
1,9
8,4
10,0
14,3
17,6
17,9
14,3
9,3
6,6
4,6
8,8
1954
0,2
-0,3
5,9
6,7
12,9
15,0
14,3
15,7
13,4
11,9
6,7
5,5
9,0
1953
1,3
2,4
4,8
8,5
12,9
15,5
16,8
16,3
13,7
11,3
7,2
5,4
9,7
1952
2,5
2,4
4,9
10,3
13,2
14,8
17,1
16,7
11,5
8,2
3,0
1,5
8,8
1951
4,0
3,8
4,0
7,2
12,0
15,2
16,7
16,2
15,2
8,7
8,4
4,3
9,6
1950
1,0
5,5
6,5
7,7
12,8
17,3
17,3
17,1
13,4
9,2
5,9
-1,2
9,4
1949
3,7
3,8
4,0
10,4
11,3
14,4
17,4
17,1
17,2
11,4
5,2
4,4
10,0
1948
5,1
3,0
6,7
10,0
12,7
15,3
16,6
16,4
14,4
9,7
4,9
3,5
9,9
1947
-1,4
-5,5
3,3
9,0
15,1
17,5
18,9
19,8
16,8
9,3
7,1
4,2
9,5
1946
0,2
4,6
4,2
10,3
12,9
13,9
17,4
15,7
14,5
9,3
6,5
-0,3
9,1
1945
-1,6
6,0
7,3
10,2
13,6
16,0
17,8
16,4
14,5
11,5
4,9
3,2
10,0
1944
5,2
1,8
3,6
9,5
11,6
14,1
16,9
19,3
13,2
9,5
6,4
2,5
9,5
1943
2,7
4,4
6,4
10,5
13,4
14,4
17,2
16,8
13,4
10,4
4,7
1,3
9,6
1942
-5,1
-4,2
2,7
9,3
12,1
14,4
16,0
17,9
14,7
11,9
5,6
4,2
8,3
1941
-2,5
1,6
4,7
6,8
9,6
16,8
19,2
15,0
14,4
9,7
4,1
4,7
8,7
1940
-5,5
-1,3
5,2
9,0
13,2
16,6
15,8
15,2
12,9
8,8
6,7
0,7
8,1
Go to top

logo© Warmtepomp-tips.nl, zaterdag 17 april 2021

Pagina: - Kengetallen en rekencijfers voor een warmtepomp
Tags:cijfers, kengetal, vuistregel, warmtepomp, vermogen, verbruik, draaiuren
Beschrijving: De warmtepomp-wereld kent vele kengetallen om tot een benadering te komen tot het aantal draaiuren per jaar van de compressor, of het in te zetten vermogen van de warmtepomp te bepalen.